coach betekenis & definitie

Politiek correcte benaming voor een overste; baas. Hiërarchie is tegenwoordig een vies begrip geworden. Een chef installeert zich nu, als coach, tussen zijn medewerkers. Het Engelse woord ‘coach’ klinkt minder autoritair en dus meer neutraal. De eigenlijke betekenis is die van koets, rijtuig.

Daaruit ontstond het werkwoord ‘to coach’ (iemand in een koets helpen). Vandaar naar ‘begeleider’ is maar een kleine stap. Vgl. ook leidinggevende*.

Na zeventien jaar is hij volledig geacclimatiseerd, chef geworden (‘ik zeg zelf liever coach’), maar die oorspronkelijke drive, die heb ik niet verloren.

HP/De Tijd, 04-08-2000