beest met de twee ruggen betekenis & definitie

Copuleren; neuken. Wellicht de oudste beeldrijke omschrijving van de paringsdaad: man en vrouw die van aangezicht tot aangezicht met elkaar de liefde bedrijven (vgl. missionarishouding*). De uitdrukking dateert reeds uit de Middeleeuwen maar wordt eigenaardig genoeg niet vermeld in het WNT. De Franse schrijver François Rabelais (1494-1553) wordt in meerdere bronnen als de geestelijke vader beschouwd.

Hij gebruikte de uitdrukking (faire la bête à deux dos) in zijn meesterwerk ‘Gargantua en Pantagruel’. Ook Shakespeare kende de frase. Ze komt voor in ‘Othello’. In de eerste scène van het eerste bedrijf zegt Iago tegen Brabantio, de vader van Desdemona: ‘Iemand die u komt vertellen, heer, dat uw dochter en de Moor op ditzelfde ogenblik het beest met de twee ruggen aan het maken zijn’ (vertaling Willy Courteaux, 1979).

In het Nederlandse taalgebied is de oudste gevonden vindplaats een achttiende-eeuwse klucht: ‘Den Vrolyken Tuchtheer’ van Weyerman. De eufemistische omschrijving wordt overigens al meerdere eeuwen door een keur aan bekende en minder bekende Franse en Britse schrijvers gebruikt. Opvallend is dat bij ons de uitdrukking vooral in de late twintigste eeuw aan populariteit heeft gewonnen. Zie ook: elkanders spek* wrijven. Een variant (zie eerste citaat) is: het dier met de twee ruggen.

En tijdens die worsteling van dat dier met die twee ruggen dat niet scheen te weten welke kant het uit wilde, bleef ik wild en krachtig in haar steken.

Jan Wolkers: Turks fruit. 1969

Waarom zijn minnaars, tezamen ‘een beest met twee ruggen’, zoveel sterker de zelfvernietiging toegedaan als ze van hetzelfde geslacht zijn?

HP/De Tijd, 24-06-94

Marie Stahlie: Het beest met de twee ruggen. 1995

Gepubliceerd op 17-08-2018