Gepubliceerd op 17-08-2018

2018-08-17

apotheek

betekenis & definitie

Zestiende-eeuws eufemisme voor beerput. Er wordt schertsend gezinspeeld op de welriekende kruiden van een apotheek. Thans verouderd.

Den meisteren vanden rondenweerck gegeven aen kerssen ende loen, doe sy die apteeik aender Burchpairten op braken, hem gegeven 35 st.

Rekeningen der stad Nijmegen. 1526, geciteerd in WNT