perspectief zn. 'diepte in vlakke weergave, vooruitzicht'
categorie: leenwoord
Vnnl. die conste optica ofte perspectiva 'de kunst van het doorzicht ofwel perspectief' [1566; WNT], een Bethleem in syn perspective 'een Bethlehem in perspectief' [1598; WNT trein I], perspectijfsghewijs 'als bij een perspectivische voorstelling' [1621; WNT], Dat Perspectief toont wel 'dat perspectief ziet er goed uit' [1674; WNT poppegoed]; nnl. Prettig perspectief 'prettig vooruitzicht' [1889; WNT].
Ontleend, deels via Frans perspective 'leer van de lichtbreking' [eind 13e eeuw; TLF] en 'kunst van het weergeven in perspectief' [1547; TLF], aan middeleeuws Latijn perspectiva 'optica, leer van de lichtbreking', de zelfstandig gebruikte vrouwelijke vorm van het bn. perspectivus 'in verband met de optica', gevormd uit per- 'door ... heen', zie per, en specere 'zien, bekijken', verwant met spieden.
Frans perspective ging 'weergave in perspectief' betekenen onder invloed van Italiaans prospettiva 'perspectief bij het weergeven van objecten' [1304-08; DELI], het uitvloeisel van een theorie die de beeldende kunst in de renaissance sterk beïnvloedde.
Fries: perspektyf
Gepubliceerd op 24-04-2024
perspectief
betekenis & definitie