Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

Gepubliceerd op 24-04-2024

perceel

betekenis & definitie

perceel zn. 'pand, stuk terrein'
categorie: leenwoord

Mnl. Mine herte ... Die d[us v]ul es van vwen parchelen 'mijn hart dat zo vervuld is van (alles van) u' [1340-60; MNW-R], vele percelen 'veel stukken van landerijen' [ca. 1390; MNW]; vnnl. eenig Perceel, 't zy een Huys of stuk Lands [1677; WNT verboeken I]; nnl. perceel 'gebouwd eigendom' [1838; WNT weder III].

Mogelijk via Frans parcelle, een juridische term [1150; Rey], 'klein deel (van een rekening)' [13e eeuw; TLF], of parcel 'gedeelte' [1331; Godefroy], ontleend aan middeleeuws Latijn particel(l)a, ook parcella, 'deel, stuk' [754; Niermeyer], een variant van Latijn particula 'deeltje, detail', verkleinwoord van pars (genitief partis) 'deel', dat verwant is met parere 'baren, voortbrengen', zie part.

Fries: persiel

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.