Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

Gepubliceerd op 17-03-2020

vaar

betekenis & definitie

vaar - mannelijk lid; eig. ‘vader’. Wrsch. gebezigd in tegenstelling met moer ‘baarmoeder’.

Eener (= iemand, H.) seer met de opstyging van de Vaar gequelt zijnde, ging by een Barbier om raad, De Geest v. Jan Tamboer 35 [1656].