Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

Gepubliceerd op 28-02-2022

down

betekenis & definitie

I. prep (van)... af; langs; down the country, landwaarts in; down the wind, met de wind mee;

II. (naar) beneden, neer, onder, af; minder, achter [aantal punten, bij spel]; down!, koest!; down and out, gesjochten; I have you down, u staat al op mijn lijst; money down, contant; down at heel, afgetrapt [v. schoenen]; sjofel; be down for, in het krijt staan voor; getekend hebben voor; aan de beurt zijn voor; op de agenda staan om...; te wachten hebben; down (in the mouth), neerslachtig, down; down to our time, tot op onze tijd; down with...!, weg met...!; be down with influenza, (te pakken) hebben;

III. benedenwaarts, afwaarts;

IV. er onder krijgen of houden; neerleggen -schieten; fig doen vallen [een minister]; down tools, (het werk) staken.

V. dons || heuvelachtig land; duin || tegenslag; the Downs, (de rede van) Duins; have a down on, de pik hebben op.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.