Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

Gepubliceerd op 24-11-2020

VIER AMBACHTEN

betekenis & definitie

District van middeleeuwse oorsprong, dat binnen de omringende kerkelijke en wereldlijke geografische kaders een perifere positie innam en dat na de tachtigjarige oorlog slechts ten dele bij Staats of → Zeeuws-Vlaanderen is gekomen. Nabij de Noordzeekust lagen de Vier Ambachten aan de uiterste rand van zowel het Duitse Rijk als van het bisdom Utrecht (→ Gent, kasselrij van).

Wereldlijk.

Misschien reeds omstreeks 900 had de graaf van Vlaanderen, Boudewijn II, vanuit Gent zijn gezag kunnen uitstrekken over het toen reeds aanwezige diluviale deel van dit gebied. Het dorp Assenede (thans in de provincie Oost-Vlaanderen) schijnt administratief de oudste kern te zijn geweest, al wordt Axel reeds tussen 987 en 994 in een ongedateerde oorkonde genoemd. Onbekend is, op welk tijdstip vóór de 13e eeuw dit district was verdeeld in (tenslotte) vier administraties of → ambachten. De ‘administratio’ Assenede wordt ergens genoemd in 1120, maar reeds vóór 1085 had Axel een eigen ambachtsschout; vóór 1198 ook Hulst. Axel en Boekhoute (thans in Oost-Vlaanderen) waren in 1128 militaire wervingscentra. Binnen het graafschap Vlaanderen ressorteerden de Vier Ambachten (Boekhoute, Assenede, Axel en Hulst) onder de kasselrij van Gent en haar → burggraaf, sedert het eind van de 12e eeuw tevens onder haar grafelijke baljuw of onderbaljuw.

Reeds de Vlaamse graaf → Filips van de Elzas (tl 191) had de bewoners van dit gebied een eigen keur verleend waarvan de tekst verloren is; bewaard is een tweede tevens laatste handvest, verleend door gravin Johanna in 1242. Ieder ambacht telde een schepenbank die voor → landzaken werd voorgezeten door de grafelijke erfelijke ambachtsschout, voor hogere zaken door de burggraaf, later de baljuw. Binnen het ambacht van Axel bestond in de 13e eeuw een (onder-) ambacht → Zaamslag. Het schoutambt van Hulst was erfelijk (→ Maalstede).

Kerkelijk.

Onder het bisdom Utrecht en zijn aartsdiakonaat van de Dom (→ aartsdiaken) ressorteerde in de middeleeuwen een dekenaat van de Vier Ambachten (→ deken). Dit dekenaat paalde met een lange grens aan het bisdom Doornik. Naarmate in de 13e eeuw de bevolking in deze grensstreek toenam en de noodzaak van scherpe grenzen groeide, rezen vragen over de afbakening tussen enerzijds het Utrechtse dekenaat der Vier Ambachten, anderzijds de Doornikse dekenaten van Aardenburg, Gent en Waas. Het territoir der wereldlijke Vier Ambachten scheen verder te reiken dan dat van het dekenaat. In 1264 besliste een scheidsspreuk dat Bassevelde, Kaprijke, Lembeke en Oosteeklo (alle vier thans in de provincie Oost-Vlaanderen), hoewel staatkundig ingedeeld bij het Ambacht van Boekhoute, kerkelijk bij het bisdom Doornik behoorden. Ook de heerlijkheden Watervliet, St.-Jansteen en Saaftinge werden of bleven Doorniks (→ bisdom).

Van de vier hoofdplaatsen Boekhoute, Assenede, Axel en Hulst was Hulst in 1108 nog kerkelijk ingedeeld bij de parochie Axel, die op haar beurt, evenals wellicht Boekhoute,

(ENKELE PAGINA’S MISSEN)

wen. voor het bemalen van een → inlaag. De krachtbron wordt in dergelijke gevallen meestal geleverd door een windmolentje.