Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

Gepubliceerd op 24-11-2020

KAPELLE

betekenis & definitie

1. Gemeente op Zuid-Beveland, 9289 inw. (1980), opp. 4886 ha.

Bij de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1970 werd de nieuwe gemeente gevormd uit de voormalige gemeenten Kapelle, → Wemeldinge en het oostelijk gedeelte van → Kattendijke. Het gemeentehuis staat in Kapelle. Woonkernen zijn: → Abbekinderen (ged.), → Biezelinge, → Dijkwel, → Eversdijk, → Kapelle (dorp), → Schore, → Smokkelhoek, → Teekenburg en Wemeldinge.

2. (Capelle(n), Capelle ter Maelsteden, e.a.).

Dorp binnen de gemeente Kapelle en bestuurscentrum daarvan; aantal inw. met het tweelingdorp → Biezelinge samen: 6192 (1980).

Kapelle mag wel als het centrum van de Zuidbevelandse fruit- en groenteteelt worden beschouwd; er is een groot veilinggebouw, er zijn conservenfabrieken. Van internationale bekendheid is het zaadveredelingsbedrijf van de Fa. Van der → Have.

Wapen:

Op de wapenkaart van Smallegange (1696) komt als wapen voor een kapel, op een schildvoet met het getal XIII; de betekenis van dit getal is onduidelijk. In de 18e eeuw voerde de heerlijkheid Capelle, Biezelinge en Maalstede een gevierendeeld wapen:

1 en 4 Kapelle, 2 en 3 Maalstede en een hartschild met het wapen Van Tuyll van Serooskerke. In 1818 werden de wapens van Kapelle en Biezelinge gecombineerd als gemeentewapen.

Op 25 januari 1950 werd het wapen tengevolge van de samenvoeging met Schore als volgt gevierendeeld: 1 Kapelle, 2 Biezelinge, 3 Schore en 4 Eversdijk; daarbij werd de afbeelding van een eenvoudige kapel vervangen door een portret van de Kapelse kerk. Na de samenvoeging met Wemeldinge werd bij K.B. van 8 mei 1970 het huidige wapen verleend, waarbij het oude wapen van Kapelle tot hartschild werd en het wapen van Wemeldinge in het eerste kwartier werd geplaatst.

Vlag:

Deze werd vastgesteld bij raadsbesluit van 24 maart 1970. De kleuren zijn ontleend aan het wapen; het kruis symboliseert de kerk of kapel. Vanaf 6 november 1950 is de vlag van Kapelle wit-rood-geel-zwart.

Varia:

Aan de Rijksweg 58, afslag ’s-Gravenpolder, staat een nieuw wegenwachtstation dat het centrale punt vormt in het Zeeuwse wegenwachtdistrict, verdeeld in acht vast bereden routes met een totale lengte van 219 km. De capaciteit van het station is 480 praatpalen. Het station is in december 1965 geopend door Koningin Juliana.

De gemeente Kapelle kent een bloeiend verenigingsleven op allerlei gebied. In 1508 werd daar reeds een Kamer van Rhetorica (‘rederijkerskamers) opgericht, genaamd ‘De Wijngaard-rancke’.

Monumenten:

Even buiten het dorp, langs de oude weg naar Kloetinge, is de Franse begraafplaats gelegen met een monument voor de Franse militairen die in de meidagen van 1940 in Nederland zijn gesneuveld.

In het centrum van het dorp staat de monumentale kerk, waarvan de toren tot ver in de omtrek is te herkennen aan zijn vier hoektorentjes rond de fiere spits. De kerk is een van de mooiste voorbeelden van Vlaamse baksteengotiek in Zeeland. De toren uit het begin van de 14e eeuw is het oudste gedeelte. Deze kreeg in 1427 een nieuwe ingang. Het hoofdkoor stamt eveneens uit het begin van de 14e eeuw. In ca. 1475 werd het schip in zijn huidige vorm gebouwd.

Op de gebeeldhouwde draagsteentjes onder aan de muurstijlen staan zestien kapbeelden, die de twaalf apostelen en de vier kerkvaders voorstellen. De beelden zijn rond 1480 vervaardigd. Tijdens de restauratie van de kerk in 1963-1967 (architect Van der Kloot Meyburg) zijn bij oudheidkundig bodemonderzoek fundamenten gevonden van een tufstenen Romaanse voorganger uit ca. de 12e eeuw. Ook werden vroeg 14e-eeuwse beschilderde grafkelders aangetroffen. In de kerk bevinden zich fraaie grafstenen en grafmonumenten uit de 14e-17e eeuw, o.a. voor Philibert van Tuyll van Serooskerke en Anne van Heerjansdam.

In het dorp Kapelle zijn in een moderne groenvoorziening overblijfselen opgenomen van het voormalige slot Maelstede en het slot Bruëlis.

Ten westen van het dorp staat een ca. 300 jaar oude lindeboom (onder het beheer van de Stichting Het Zeeuwse Landschap).

Geschiedenis:

De oorspronkelijke naam van het dorp is Kapelle ter Maalstede, genoemd naar het slot Maalstede, dat mogelijk reeds in de 12e eeuw bestond. Maalstede (van mallum, mallus = het ding), plaats waar de rechtbank zitting hield. De Heren van Maalstede hebben lange tijd veel invloed in Zeeland gehad, zoals Wolfert van Maalstede (Wolfert van Zeeland), die in het begin van de 13e eeuw, waarschijnlijk door de graaf van Vlaanderen, tot burggraaf van Zeeland Bewesten Schelde is benoemd en Jan van Maalstede die in het einde van de 13e eeuw lid was van de groep Zeeuwse edelen, die steun zocht bij Gwijde (Guy) van Dampierre, graaf van Vlaanderen, tegen Floris V, graaf van Holland. Eind 15e eeuw stierf het geslacht uit. Van het slot Maelstede zijn in 1810 de laatste resten afgebroken. In 1971 1972 is een oudheidkundig onderzoek ingesteld naar een restant van een vluchtberg (→ werf) aan de oostelijke zijde van het nog ten dele bewaard gebleven kasteelterrein; in de voormalige ringgracht van het (kasteel-) bergje zijn zware brokken muurwerk gevonden, afkomstig van een bakstenen toren die waarschijnlijk reeds in het laatst van de 13e eeuw op de top van de heuvel heeft gestaan.

Op korte afstand van het slot Maalstede lag het slot → Bruëlis uit de 14e eeuw; in het begin van de 19e eeuw afgebroken. Dit kasteelterrein is thans hertenkamp in de nieuwe woonwijk Bruëlis. Dicht bij Bruëlis lag nog een derde versterkt huis, het slot → Gistellis, genoemd in 1499, gesloopt in ca. 1840. Voorts lag ten oosten van Kapelle nog het slot Poucques; waarschijnlijk verwoest tijdens de troebelen- rond de kerkhervorming en vóór 1622 afgebroken.

De N.H. kerk, oorspronkelijk een kapel van de kerk van Kloetinge, wordt in 1248 voor het eerst genoemd. Zij was gewijd aan de H. Maagd. Dagelijks werden er de zeven getijden gezongen door tien kanunniken en hun deken. Voor hen waren door Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravestein, en de ambachtsheren de nodige prebenden gesticht. Er was in deze kerk een vicarie ter ere van St.-Catharina en St.-Barbara.

Na de Reformatie was Kapelle één der eerste gemeenten van de classis die een eigen predikant kreeg. In 1578 kwam hier Joris de Raad (Georgius Consillarius), een Vlaming die rector was van de Latijnse school te Vlissingen. Toen op 5 mei 1579 de eerste vergadering van de classis Zuid-Beveland te Kapelle werd gehouden, werd Joris de Raad tot scriba gekozen en hij is dit jarenlang gebleven. Vanaf het begin der Afscheiding heeft deze te Kapelle aanhangers gehad, die tot de gemeente van Goes werden gerekend. Te Biezelinge kwam men samen. In 1865 vormden zij een Chr.

Afgescheiden Gemeente, die vier jaar later Chr. Geref. Kerk werd en in 1862 Geref. Kerk.

De tegenwoordige kerk werd in 1916 in gebruik genomen.

Van 1877 tot 1912 heeft Kapelle een Vrije Evangelische Gemeente gekend. Ook een R.K. parochie heeft hier bestaan van 1802 tot 1839, toen de kerk werd afgebroken.

3. → Capelle.

LITERATUUR

C. Dekker, Zuid-Beveland. Dekker en Kruisheer, Klooster Jeruzalem te Biezelinge. Grijpink, Register op de parochiën. Van Heussen en Van Rijn, Kerkelijke historie. Kok, Zeeuwse patrocinia. S. Muller Hz., De indeeling van het bisdom. J.W. te Water, Kort verhaal. Zelandia Illustrata X, 64-80. Lepoeter, Legende gebarsten torenklok. Zie verder bibliografie, topografische ingang.