Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

Gepubliceerd op 20-10-2020

2020-10-20

DUITSE ORDE

betekenis & definitie

ontstaan tijdens de kruistochten, opgericht door Duitse en Nederlandse ridders in 1190, o.m. ter verpleging van zieken en gewonden. De orde van Teutoonse of Dietse ridders, zoals zij aanvankelijk ook werden genoemd, droegen als ordekleed een mantel met zwart kruis.

Al spoedig zouden zij zich ook vestigen in West-Europa, m.n. in Duitsland en de Nederlanden. Kort na 1230 hadden zij de beschikking over commanderijen in Gemert en in Vught, het patronaat in de kerken van Vught, Gemert, Geldrop en de kapel van Handel.Gemert was in 1270 een vrij land voor de helft van de Duitse Orde en voor de andere helft van Dierk, heer van Gemert. In 1366 bezat de Duitse Orde echter de gehele heerlijkheid, waar zij een kasteel bouwde met toestemming van de hertogin van Brabant. Doordat Gemert tijdens de generaliteitsperiode beschouwd werd als een rijksheerlijkheid was hier wel vrijheid van godsdienst gebleven.

Nadat de grootmeester in Duitsland in 1525 tot het protestantisme overging verviel de orde steeds meer. In 1794 werd beslag gelegd op de goederen, terwijl de orde in 1809 officieel door Napoleon werd opgeheven. De laatste priester van de Duitse Orde verliet Gemert in 1819. Bron: J. Kronenburg: Maria’s Heerlijkh. in Ned., 1905: J. Heezenmans: De Commanderij der Duitsche Orde, 1887; A. van Oirschot: Middeleeuwse kastelen van N. Brab., 1981.