Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

Gepubliceerd op 20-10-2020

AGGLOMERATIE EINDHOVEN

betekenis & definitie

een bij de wet ingesteld openbaar lichaam, in 1976 ontstaan, nadat al eerder in het gebied rondom Eindhoven voor een samenwerking van gemeenten was gekozen. Eind 1964 kwam men tot de vorming van een agglomeratieraad, gedeeltelijk door benoeming en gedeeltelijk door getrapte verkiezingen, resp. van 10 burgemeesters en 40 raadsleden.

Sinds 1965 werd in dit gebied door elf gemeenten samengewerkt. Die gemeenten zijn: Eindhoven, Geldrop, Heeze, Leende, Valkenswaard, Veldhoven, Best, Nuenen c.a., Oirschot, Son en Breugel en Waalre. Voor 1976 gebeurde die samenwerking op basis van vrijwilligheid, waarvoor de gemeenten een regeling met elkaar aangingen. Tegen de zin van een gemeente kon echter een bepaalde beslissing niet worden doorgevoerd. Door de gemeenten gezamenlijk werd een regeling ontworpen die het mogelijk maakte dat een zelfstandig functionerend bestuur besluiten zou kunnen nemen, waaraan de gemeenten gebonden zijn, nadat zo’n besluit na goed overleg zou zijn voorbereid. Deze laatste regeling is door de Tweede en de Eerste Kamer tot de Wet Agglomeratie Eindhoven gemaakt, die in 1976 van kracht werd.

Er werden inmiddels vele belangrijke beslissingen in het gebied van de agglomeratie genomen en uitgevoerd, o.m. betreffende het wonen en werken; waar en hoe men zich kan ontspannen. Er werden ook besluiten genomen betreffende spreiding van voorzieningen, zodat niet alles in een of in enkele gemeenten terecht komt, zoals bejaardenoorden, verpleeghuizen, sportvoorzieningen. Volgens deze plannen worden woningen gebouwd, bedrijfsterreinen ontwikkeld, wegen aangelegd en andere voorzieningen getroffen. Sinds 1979 wordt de afval van deze gemeenten op één plaats gestort en milieu-hygiënisch verantwoord verwerkt. Op grondgebied van de gemeenten Best, Son en Breugel werd een begin gemaakt met de aanleg van een groot recreatieproject, Ekkersweijer.

Een en ander leidde er wel toe, dat men in de agglomeratie ging streven naar de vorming van een afzonderlijke provincie Zuid-oost-Brabant, inclusief het stadsgewest Helmond en streekgewest Kempenland, overigens zonder instemming van die gewesten, enkele agglomeratiegemeenten, de provincie Noord-Brabant en met verzet van de Stichting Stuurgroep Brabant Eén. Het kwam herhaaldelijk tot conflicten met Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant met beschuldigingen van agglomeratiezijde van „onbehoorlijk bestuur” en „geschiedvervalsing”. De agglomeratievoorzitter mr. W. van Elk verwoordde dat eind 1982 nog met „Gedeputeerde Staten miskennen de bijzondere positie van de agglomeratie”. De regering nam het besluit een commissie in te stellen, om de mogelijkheden van de agglomeratie Eindhoven binnen de bestuurlijke structuur van Zuid-Oost-Brabant te onderzoeken. Deze stond onder voorzitterschap van mr.

G. Ph. Brokx, later toen deze minister was geworden van staatsraad mr. E. Toxopeus. Nadat de voorgenomen bestuurlijke herindeling van de provincie Noord-Brabant door de regering, mede door het verzet hiertegen in het gewest zelf, verlaten was, namen de meeste gemeenten in de agglomeratie zelf in 1984 het besluit deze als zodanig op te heffen en te vervangen door een andere vorm van samenwerking.

Bron: Economisch Dagblad, 24 juni 1983; Eindh. Dagblad, 11 dec. 1982.

mr. A. A. M. van Agt