Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

Gepubliceerd op 22-01-2020

BEGRAFENISGEBRUIKEN

betekenis & definitie

Terwijl de voornamen en rijken tijdens de Republiek en eerder in de kerk werden begraven het liefst ’s avonds met fakkellicht of op zondag, en dan zo dicht mogelijk bij altaar of kansel — werden de burgers en armen vaak op het kerkhof begraven (zie Oesdrip). De oude grafstenen in de kerk soms in het middenpad, ook onder de vloer of tegen de zij- of koormuur opgesteld, vgl.

Deinum, Friens -, herinneren aan deze tijd. Sedert 1828, toen het begraven in de kerk verboden werd, geschiedt de begrafenis op het kerkhof in de rij en op het nummer dat aan de familie toekomt.

De nummers aan de kerkmuur of op paaltjes moeten verwarring voorkomen. Vroeger kwamen de doden in het graf dat aan de beurt was.

Rijken en armen, een heer en zijn knecht, kwamen naast elkaar te liggen. Vgl. het opschrift (1591) aan de N. muur van de kerk te Wommels, dat overeenkomt met een opschrift te Pilsum (O.-Frl.). zie Dodencultus.Steeds meer verzorgt een vereniging de begrafenis. Hier en daar valt deze nog onder de burenplicht. Nergens is meer de situatie waarbij, zoals bijv. in 1811 op Ameland, de buren de aanzegging verrichten en ook gehouden zijn ‘het Lijk te ontkleden en te kisten, beluydingen te doen, het graf te maken en het Lijk te begraven’. De B. verliezen snel aan omvang en karakter. Het klokluiden, de gang naar het kerkhof en de teraardebestelling moeten worden genoemd. Hier en daar worden de klokken geluid om een sterfgeval te melden (het beluiden) en wel op een vast tijdstip en naar geslacht of leeftijd verschillend wat duur en volgorde der klokken betreft.

Het luiden bij de begrafenis, dat aanvangt zodra de stoet in het gezicht van de toren is of zodra (als men in een lokaal samenkomt) de baar met de kist wordt opgenomen is algemeen. De klokken zwijgen vaak bij de teraardebestelling, maar worden weer geluid als de rouwstoet de terugweg aanvaardt. Heeft de laatste begrafenisganger het kerkhof verlaten (resp. is de laatste vrouw de vrouwen lopen achteraan uit het gezicht van de klokluiders) dan zwijgen de klokken voorgoed.

Vaak bestaat de lijkstoet uit de lijkkoets en ‘it leedfolk’, te voet achter de wagen. Meestal lopen de mannen voorop en volgen de vrouwen in de tweede groep; soms ook scheiding naar gehuwd en ongehuwd. Het oude ‘regenkleed’ wordt niet meer gedragen en ook de sluier verdwijnt. In grotere plaatsen volgen op de koets de auto’s met familie en enkele genodigden, terwijl de andere genodigden te voet gaan in de gewone volgorde. Alleen in de steden verzamelen de genodigden-inruimere zin en de belangstellenden zich op de dodenakker. Tegenwoordig is de begrafenis meestal om 1 of 2 uur ’s middags, maar doodgeboren of jonge kinderen worden om 4 uur of ’s avonds (6 of 7 uur) begraven, waarbij alleen mannen meegaan.

Dikwijls gaat men driemaal om het kerkhof. Na de plechtigheid komt men bijeen in het sterfhuis of een lokaliteit, echter niet meer om het leedmaal te nuttigen (in de 17de eeuw vaak een zwelgpartij), maar om thee te drinken, waarbij vaak (soes)krakelingen worden gepresenteerd, zie Lijkdeur, Lijkweg.

Zie: Repert., 296; Reg. Leeuw. Cour., 61.