Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Gepubliceerd op 02-10-2020

Honig

betekenis & definitie

Vooraanstaand bedrijf in de →stijfsel(zetmeel) en levensmiddelenfabricage. Fabrieken te Koog aan de Zaan, Nijmegen.

Engeland en Zuid-Afrika. Ontstaan in 1867, in 1965 opgegaan in het Koninklijke Scholten Honig-concern (KSH) en bij de ondergang van dit concern in 1978 opgesplitst in →Honig Merkartikelen en →Zetmeel Bedrijven de Bijenkorf: andere bedrijfsonderdelen in binnenen buitenland werden gekocht door anderen. Het bedrijf ontstond in 1867, toen Klaas Honig Czn. ten behoeve van zijn zoon Meindert Klaaszoon →Honig voor ƒ 5000 stijfselhuis De Troffel te Koog aankocht. Zes jaar later werd het bedrijf overgedragen aan Meindert Jacob Honig Jansz. Jr. had een grote passie voor de geschiedenis van de Zaanstreek en verzamelde hiervan verbluffend veel gegevens. In de 19e eeuw beperkten de directe geschreven bronnen zich tot →Soeteboom en →Loosjes.

Feitelijk als eerste verdiepte Honig zich in allerlei archieven om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de Zaanse historie. Daarnaast bracht hij een omvangrijke boekerij bijeen. Hij had zijn belangstelling 'van geen vreemd': zijn vader had onder meer al een stamboek van het geslacht Honig samengesteld.Met vaardige pen (en nog in de romantische, verhalende stijl die de 19e-eeuwse geschiedschrijving kenmerkt Honig was een bewonderaar van de in 1774 geboren schrijver Jacob Van Lennep) beschreef hij in tijdschriftbijdragen en boeken allerlei tot dan toe onbekende gegevens betreffende de ontwikkeling van de Zaanstreek. Het meest bekend werden zijn 'Geschiedenis der Zaanlanden' (2 delen. 1849) en zijn redactionele bijdragen aan de Zaanlandsche Jaarboekjes (1841-1854). Zie voor andere geschriften van zijn hand (onder meer de 2-delige ‘Historische Oudheidkundige en letterkundige studiën'. 1866-'67) →Historiografie. Hij was in verband met zijn meer literaire aspiraties lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Van zijn hand zijn namelijk ook gedichten, novellen en 11 à 12 romans, waarvan een enkele in druk verscheen.

Naast een uitgebreide boekerij bracht Honig ook een grote verzameling prenten, schilderijen en voorwerpen bijeen, alle met betrekking tot het Zaanse verleden. Deze collecties werden opgeslagen in het gemeentehuis van Zaandijk, waar ze min of meer toegankelijk waren. In 1890 schonken zijn nabestaanden Een deel van de bedrijfsgebouwen van het vroegere Honig in Koog. De letters ZBB op het hoge gebouw geven aan dat deze foto van na de opsplitsing van het KSH-concern dateert.

Honig, die er een jaar later, tegen het advies van zijn vader in, een eerste stoommachine liet installeren. In 1875 begon men voor de Troffel, in plaats van tarwe, maïs te importeren. Fabrikanten van maïsstijfsel hadden een voorsprong op de tarwestijfselproducenten. De overgang naar maïsstijfselfabricage leverde het bedrijf aanzienlijke verliezen op. Het zou tien jaar duren eer men de schimmel in de maïsstijfsel de baas werd.

In 1895 werd de oprichtingsakte van nv Stijfselfabriek De Bijenkorf, voorheen M.K. Honig, gepasseerd. In 1899 begon men met de produktie van maïzena en pudding en in 1903 werd de fabriek uitgebreid. In 1913 kocht de Bijenkorf, na eerst een jarenlange en zware concurrentiestrijd met dit bedrijf te hebben gevoerd, de stijfselfabriek van de firma Stam in Nijmegen, de eerste dochteronderneming. Een in 1915 te Koog gebouwde fabriek kon eerst na de Eerste Wereldoorlog in bedrijf worden gebracht. De oorlog deed de toevoer van maïs stagneren en bracht het bedrijf in een moeilijke tijd.

Na de oorlog begon voor Honig een nieuwe groeiperiode. In 1922 verwierf het bedrijf de aandelen in Latensteijn’s Tarwestijfselfabriek te Oostzaan. Na een brand in 1925 werd deze fabriek in Nijmegen herbouwd.

Het goederenpakket van Honig breidde zich gestaag uit. In Nijmegen begon het bedrijf de produktie van vermicelli (1924) en gedroogde soepen (1930) en in Koog legde het zich toe op de produktie van poederstijfsel (1924), bakmeel (1928) en glucose (1929). De glucoseproduktie kreeg Honig in handen doordat het bedrijf in 1927 de aandelen van ‘Goudse Glucose' had verworven. In 1930 werd de Nijmeegse maïsstijfselfabricage, na een grote brand in de fabriek, overgebracht naar Koog. In 1934 werd de nv Verkoopkantoor van Honig’s artikelen opgericht, dat zich zou bezig houden met de verkoop van verpakte levensmiddelen. Deze werden tot dan toe verkocht door de nv Stijfselfabriek de Bijenkorf v/h M.K.

Honig, maar omdat er een sterke en ongewenste gedachtenassociatie bestond tussen stijfsel en bijvoorbeeld pudding vreesde men dat de verkoop hierdoor werd belemmerd. In 1936 werd nv Duijvis Rijststijfselfabriek in Utrecht overgenomen en verplaatst naar Nijmegen en in 1937 begon Honig in Engeland, om de hoge Engelse invoerrechten te ontlopen, met de bouw van een glucosefabriek. De afbouw van deze fabriek werd door de Tweede Wereldoorlog geremd.

Aanvankelijk kon Honig tijdens de oorlog nog teren op de grote voorraden grondstoffen. Toen deze waren uitgeput legde het bedrijf zich toe op de fabricage van thee- en koffiesurrogaat en zoetmiddelen. Na de oorlog brak een nieuwe bloeiperiode aan. In Zuid-Afrika verwierf het bedrijf aandelen in een bedrijf van essences, puddingen en aanverwante artikelen (1948) en kocht het een fabriek voor de verwerking van sinaasappelen tot sap, geconfijte schillen en ananas in blik (1953). In Engeland kocht Honig een tarwe-zetmeelfabriek (1955), die het gewonnen zetmeel omzette in glucose en die een belangrijke producent was van tarwegluten, alsmede een tankstation voor glucose en een opslagplaats voor zetmeel en zetmeelprodukten (1957). Ook in eigen land bleef Honig zich ontwikkelen.

In 1952 introduceerde men hydro-cyclonen in de zetmeelfabrieken, een technische revolutie in de zetmeelindustrie, en in 1956 breidde men de glucosebelangen uit door de aankoop van de aandelen in N. V. v.h. Dordtsche Siroopfabriek W. Monfrooy en Co te Dordrecht.

In de jaren '60 vonden bij Honig ingrijpende reorganisaties plaats. Eerst in 1961 toen de Honig-groep ontstond en vervolgens in 1965 toen een fusie werd aangegaan met nv Koninklijke Scholten Foxhol waardoor de nv Koninklijke Scholten Honig ontstond. Deze fusie tot KSH zou het begin worden van een moeilijke tijd. Deels door moeilijkheden en ruzies in de KSH-top en deels door het beleid van de Europese Gemeenschap, die een forse heffing legde op de door KSH geproduceerde iso-glucose (ter bescherming van de bouw van suikerbieten) kon het concern, dat voor het iso-glucoseproject zeer hoge investeringen had gedaan, zich niet handhaven, in 1978 viel het doek.

De Zaanse bedrijven van KSH kwamen redelijk goed uit dit debacle. →Honig Merkartikelen (fabriek de Bij te Koog aan de Zaan en drukkerij de Groeneboer te Wormerveer) met vestigingen in Utrecht en Nijmegen werd overgenomen door de financieel draagkrachtige Centrale Suiker Maatschappij. Verenigde Zetmeelbedrijven de Bijenkorf werd bij de opdeling van KSH onder de naam →Zetmeelbedrijven de Bijenkorf (ZBB) voortgezet door drie bedrijven en de overheid.

Bij het uiteenvallen van KSH werd aanvankelijk geen rekening gehouden met het zelfstandig voortzetten van de ZBB. Vooral dankzij acties van een zeer strijdbare groep personeelsleden (onder andere een bedrijfsbezetting in 1977) kon het echter toch zo ver komen. De overheid verplichtte drie bedrijven die interesse hadden in onderdelen van het KSH-concern beperkt deel te nemen in het aandelenpakket van de ZBB. Dit waren Koninklijke Wessanen nv die de meelfabrieken te Rotterdam en de beide zetmeelbedrijven te Nijmegen overnam, het AVEBE-concem (een coöperatie van landbouwers te Groningen, betrokken bij de produktie van aardappelzetmeel) dat zich ontfermde over de binnen- en buitenlandse produktiebedrijven van aardappelzetmeel, en de Suiker-Unie, de grootste Nederlandse bietsuiker-producent. De overheid zelf nam voor 40 % deel. In 1981 kwam de ZBB voor het eerst uit de rode cijfers.

De aandelen van de drie bedrijven en de overheid werden nadien ondergebracht in een daartoe opgerichte stichting, die verantwoordelijk werd voor het beheer van ZBB; het bedrijf werd daarmee zelfstandig. In 1987 werd het aandelenpakket overgenomen door het Belgische bedrijf Amylum, dat behoort tot de grotere producenten van zetmeel ter wereld en tot Europa’s grotere producenten van iso-glucose.

< >