Nieuwe Groninger Encyclopedie

P. Brood, A.H. Huussen en J. van der Kooi (1999)

Gepubliceerd op 20-09-2021

Riolering

betekenis & definitie

In de stad Groningen grotendeels aangelegd in de periode 1925-1940 door H.P.J. Schut, directeur Openbare Werken, onder leiding van SDAP-wethouder E.

Rugge. De nieuwe riolering voerde faecaliën, afval- en regenwater af naar zee bij Delfzijl. Daarvoor kende men het tonnensysteem en de open riolen tussen de riep en de straat. In 1822 stond in de politieverordening van de stad (art. 75) te lezen: ‘Een ieder zal, ten minsten eenmaal in de week, tot den bodem toe opscheppen of doen opscheppen de goten of riolen, welke voor of bijlangs zijn erf loopen’. Zie ook stadsdrek.