Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Gepubliceerd op 21-01-2020

Invoerrecht

betekenis & definitie

is een belasting, geheven aan de douanegrens. De vaak in direct verband hiermede geheven statistiekrechten vormen een retributie (zie: Belasting), daar zy een directe vergoeding zijn voor bepaalde administratieve werkzaamheden.

Zoodra echter de opbrengst boven de kosten waarvoor zij worden geheven uitgaat, kan men deze rechten een fiscaal karakter niet ontzeggen.De I. kunnen worden geheven met een zuiver fiscaal doel en met een niet-fiscaal doel, zooals dit het geval is by de beschermende rechten. De onderscheiding ligt hier voornamelijk by de primaire doelstelling, daar ook de beschermende rechten een niet te onderschatten bijdrage der belastingen vormen en vele zuiver fiscaal bedoelde rechten toch mede beschermend werken. Zuiver fiscaal, zonder nevenwerking, zyn alleen de I. op artikelen die niet in het betreffende land worden voortgebracht en niet met andere artikelen in dat land, die deze geheel of gedeeltelijk zouden kunnen vervangen, concurreeren, of die worden geheven uitsluitend ter compensatie van binnenlandsche accijns. Terwijl by de fiscale I. de belastingtechnische eisch voorop staat, dat zij hun bron niet mogen aantasten, m.a.w. de invoer der belaste artikelen niet zoodanig mogen doen verminderen dat de belasting-opbrengst daardoor achteruit gaat, geldt deze eisch voor de beschermende rechten niet. De hoogte van het I. wordt hier uitsluitend (bij de zuiver fiscale I. mede) door de binnenlandsche prijsvorming bepaald, daar in het algemeen elk I. ook ten opzichte van concurreerende producten prijsverhoogend werkt. Concurrentieverhoudingen bepalen in hoeverre het I. gedeeltelijk ook ten laste van den buitenlandschen exporteur komt; slechts bij uitzondering zal dit voor 100% het geval zijn. In verband met de prijsverhoogende werking dient I. op grondstoffen, indien het wordt toegepast, zoo laag mogelijk gehouden, daar hierdoor de mogelijkheid tot concurrentie van de nationale industrie op de wereldmarkt wordt verminderd.

Vooral de beschermende rechten kunnen permanent of tijdelijk zijn. Het laatste is o.a. het geval met de opvoedende I., die geheven worden om een binnenlandsche industrie in haar opkomst te ondersteunen. Het gevaar bestaat hierbij echter steeds dat zij hetzij uit fiscale, hetzij uit protectionistische overwegingen in tegenstelling met de aanvankelijke bedoeling toch permanent worden. De drang tot blijvende protectie zal hierbij sterker zijn, naarmate de ontwikkeling der betreffende industrie sterker op de „opvoedende” rechten was gebaseerd. Tijdelijk bedoeld zijn de I. als af weer van een tijdelijk nadeel of tijdelijke wanverhoudingen op de wereldmarkt, o.a. dumpingrechten (zie: Dumping) of I. die geheven worden als handelspolitiek wapen (zie: Handelspolitiek). In dit laatste verband kunnen tarieven zoowel autonoom als bij verdrag (wederkeerigheid, meestbegunstiging) worden vastgesteld.

Dit geeft aanleiding tot het ontstaan van differentiëele rechten (dubbel tarief) voor verschillende landen. Het tarief kan worden vastgesteld volgens de waarde (ad valorum) of het gewicht (specifiek tarief). Beide hebben hun bezwaren. Het laatste geeft ook in tijden van dalende prijzen een meer stabiele opbrengst, maar beteekent dan tegelijkertijd een relatief sterk verzwaarde belastingdruk en dus verscherpte protectionistische werking. Het eerste geeft in vele gevallen moeilijkheden bij de vaststelling van de waarde (handelswaarde, loopende prijs). Het recht van benadering overname door de belastingadministratie voor de aangegeven prijs in geval van twijfel over juistheid der aangifte is in Ned. vervangen door het recht van waardeverhooging door den inspecteur met beroep op de tarief commissie. Bij te lage aangifte is het I. over het verschil tien maal verschuldigd.

Een glijdende tarief schaal kan worden toegepast om bij schommelende wereldmarktprijzen een stabiele binnenlandsche prijs te handhaven, door prijsdaling te compenseeren door verhooging van het I. en omgekeerd.

In bepaalde gevallen kan bij wederuitvoer restitutie van I. (drawback) worden verkregen, een maatregel die vooral van belang is voor het veredelingsverkeer, waarbij ingevoerde grondstoffen of halffabrikaten een bewerking ten behoeve van wederuitvoer ondergaan. Doorvoerrechten worden zelden toegepast, evenals uitvoerrechten; de laatste o.a. in koloniale landen op grondstoffen waarbij een monopoliepositie, ook in de vorm van lage productiekosten, bestaat (fiscaal), of op grondstoffen ten bate van de binnenlandsche industrie (protectionistisch).

Een poging tot int. eenheid wat betreft indeeling der tarieven, enz. wordt in het kader van de Volkenbond ondernomen (Int. Conferentie betr. invoerrechten 1923, Ec. wereldconferentie 1927).

De opbrengst der I. werd in Ned. voor 1938 geraamd op ƒ 98.000.000; id. statistiekrecht ƒ 2.500.000.

Wet.: Wetgeving in-, uit- en doorvoer en de accijnzen in het algemeen; Tariefwet 1934; Waardewet 1927 ; Statistiekwet 1916 ; Wet op het statistiekrecht 1932.

Lit.: K. Brauer, Zölle und Zollwesen, H. d. S.; F. v. Schoenebeck, Zoll und Inlandpreis, 1926/28; Publicaties v.d. Volkenbond zie: Catalogue général 1935 et suppléments. Ook Accijns.