Economische encyclopedie

D.C. van der Poel (1940)

Gepubliceerd op 21-01-2020

Bevolkingspolitiek

betekenis & definitie

is elke maatregel, welke bewust ten doel heeft invloed uit te oefenen op de omvang of qualiteit der bevolking De qualitatieve-B. betreft voorzoover men daartoe niet ook scholing en algemeene sociale maatregelen wil verstaan hoofdzakelijk hygiënische maatregelen op het gebied der lichamelijke en geestelijke gezondheid, rasverbetering (huwelijksverbod en sterilisatie van erfelijk minderwaardigen), enz. Over de op de fascistische ideologie gebaseerde rassenleer en rassenpolitiek die in dit verband een zeer groote beteekenis heeft, bestaat internationaal in de kringen der deskundigen verschil van meening.

Tot de qualitatieve-B. kunnen ook gerekend worden de maatregelen welke ten doel hebben een juiste verdeeling van de bevolking tusschen stad en land te bevorderen en hygiënisch en economisch ongewenschte land-vlucht en opeenhooping in de steden te voorkomen. De quantitatieve-B. is, nadat de angst voor de mogelijkheid van overbevolking (zie:Malthus) mede onder invloed van de geweldige ontwikkeling der industriëele voortbrenging is geweken, in het algemeen gericht op bevolkingstoeneming, vooral daar waar de bevolking door een dalend geboortecijfer eerder naar vermindering tendeert. Bevolkingstoeneming wordt in de eerste plaats uit militaire overwegingen gewenscht, daarnaast echter ook uit economische, als algemeene basis voor een verdere ontwikkeling der productiekrachten. Het feit dat de mensch in het algemeen in staat is met de op een bepaalde trap van ontwikkeling gegeven hulpmiddelen meer te produceeren dan het noodzakelijk minimum om zich op deze basis te handhaven maakt in een kapitalistische maatschappij de beschikking over voldoende arbeidskrachten wenschelijk, afgescheiden van een voor de werkgevers gunstige beïnvloeding van de arbeidsmarkt door overwegend aanbod. Daarnaast komt ook af en toe de meening naar voren als zou toeneming van de bevolking de afzetmogelijkheid vergrooten door toeneming van het aantal verbruikers. Dit is in verband met het bovenstaande slechts dan juist wanneer deze toeneming tevens een toeneming van de koopkracht zou beteekenen zonder daaraan voorafgaande productie.

Wel is het juist dat toeneming van de bevolking, mits deze niet leidt tot overbevolking, objectief een algemeen breedere basis der behoeftenbevrediging (productie en ruil) tengevolge zal hebben. Tot de maatregelen der B. behooren behalve bevordering van de algemeene gezondheid welke het sterftecijfer doet dalen (ook zuigelingenzorg) bevordering van huwelijk en geboorten door fiscale ontlasting van groote gezinnen (kinderaftrek), eventueel samengaand met het belasten van vrijgezellen, het verstrekken van een premie of leening aan huwenden, verleening of bevordering van een kinderbijslag op het loon (gezinsloon), bevoordeeling van groote gezinnen bij transporttarieven, voorrang voor de vaders van groote gezinnen bij aanstelling, bevordering van woningbouw voor groote gezinnen, bemoeilijking van emigratie, enz. Daarnaast wettelijke maatregelen of propaganda tegen geboortebeperking en stimuleeren van gezinsvorming en groot kindertal als moreele plicht van den staatsburger.

De moeilijkheid hiermede resultaten te bereiken blijkt o.a. uit het netto reproductie-cijfer (* Bevolking) voor Italië, waar het fascisme reeds lang een door heftige propaganda en directe maatregelen gesteunde actie voert voor bevolkingstoeneming.

R° Italië 1931 1,209 1937 1,128 Lit.: Bevölkerungswezen, Bevölkerungslehre und Bevölkerungspolitik (theoretisch, hist., stat.), H.d.S.

< >