Wijn & drank Encyclopedie

Jan Zellenrath (1979)

Gepubliceerd op 04-05-2021

Gevrey-chambertin

betekenis & definitie

Rode Bourgogne. Côte de Nuits, Frankrijk

Gevrey-Chambertin is een gemeente in de Côte-d’Or in Bourgondië, en wel in de meest noordelijke sector daarvan, de Côte de Nuits. Gevrey is tevens van de gemeenten in de Côte de Nuits de meest noordelijke. Evenals tal van andere plaatsen in deze beroemde heuvelrij, heeft ook deze gemeente aan de eigen naam die van zijn beste cru toegevoegd, een van de beroemdste ter wereld. Tot 1847 was de wettelijke appellation Gevrey. Sindsdien is zij gewijzigd in Gevrey-Chambertin. De vroede vaderen van de gemeente waren niet de enigen die onder de indruk kwamen van de reputatie van hun befaamde cru; er is namelijk een tijd geweest waarin vrijwel alle eigenaren van wijngoederen ‘Chambertin’ aan de naam van hun eigen cru toevoegden, misschien omdat ze in hun onschuld hoopten dat als bij toverslag een deel van zijn kwaliteiten op hun produktie zou overgaan, en ook wel om hem duurder te verkopen. In 1936 hebben de autoriteiten ingegrepen en die wijngoederen aangewezen die rechtens aanspraak kunnen maken op deze appellation.

Omstreeks het jaar 630 gaf de hertog van Bourgondië aan de abdij van Bèze een stuk grond in eigendom. De monniken plantten daarop wijngaarden en kwamen tot de ontdekking dat het een uitzonderlijk goede wijn opleverde. Volgens de anekdotes die in de streek nog steeds de ronde doen, behoorde een naast de abdij gelegen stuk grond op een gegeven tijdstip toe aan een zekere Benin, en noemde men het ‘champ de Benin’. Toen deze Benin zag hoeveel succes de monniken met hun wijn oogstten, plantte ook hij wijngaarden op zijn grond, waarvan de naam weldra werd afgekon tot Chambenin.

Maar het zijn niet Benin of de monniken die deze wijngaard beroemd hebben gemaakt. Die eer komt toe aan een zekere Jobert, die eigenaar werd van Chambenin en Clos de Bèze. Op een gegeven moment heeft hij zijn naam veranderd en is hij zich Joben-Chambertin gaan noemen. Tegenwoordig zijn deze wijngoederen niet meer één geheel, zoals in de tijd van Jobert. Ze zijn niet alleen gescheiden, maar bovendien versnipperd in percelen die aan meer dan twee dozijn wijnbouwers toebehoren.

Gezien de reputatie van Chambenin is het niet verbazingwekkend dat de eigenaren van de omringende wijngaarden hebben geprobeerd daarvan een graantje mee te pikken. Volgens de huidige wetgeving hebben alleen enkele onmiddellijk aangrenzende wijngoederen het recht de naam Chambenin aan die van hun cru toe te voegen. Wat betreft de Clos de Bèze, die als de gelijke van Chambenin wordt beschouwd, deze kan onder de naam Chambenin worden verkocht als de eigenaren daar prijs op stellen. Hij heeft zelfs het recht het magische woord vóór zijn eigen naam te plaatsen, terwijl de andere het daarachter moeten zenen. Chambertin-Clos de Bèze is zijn juiste naam en de cru is opgenomen in de verordening die op Chambenin slaat. De overige vallen onder een andere verordening.

Wat de normen betreft, slaat het belangrijkste verschil tussen de 2 verordeningen op de maximum produktie, namelijk voor Chambenin en Clos de Bèze 35 hl/ha; Latricières-Chambertin, Mazoyères-Chambenin, Charmes-Chambenin, Mazis- (of Mazys-) Chambenin, Ruchottes-Chambertin, Griotte-Chambenin en Chapelle-Chambenin 37 hl/ha. Dat zijn dan tevens de Grands Crus van de gemeente en elk daarvan wordt op zijn plaats in de alfabetische lijst van deze encyclopedie behandeld.

De wijngaarden zijn geplant halverwege de helling tussen Gevrey-Chambertin en Morey-Saint-Denis dat zuidelijker ligt. Ze zijn zichtbaar vanaf de nationale weg 74 die langs de voet van de hellingen loopt. Een verharde weg biedt de mogelijkheid hoger op de helling te komen en een beter overzicht te krijgen. Als men Gevrey-Chambertin uitrijdt is het eerste wijngoed waar het oog op valt Mazis (in het spraakgebruik van alledag wordt het tweede deel van de naam niet genoemd, maar het moet wel altijd op de etiketten staan). Ruchottes is net iets hoger gelegen. Ze liggen beide rechts van de weg tegen Clos de Bèze aan, terwijl Griotte en Chapelle er aan de andere kant van de weg precies tegenover liggen.

Op de Clos de Bèze staat een klein hutje dat de naam draagt van de in 1971 overleden Pierre Damoy, een van de grootste eigenaren van de cru en een van de beste wijnboeren. Afgezien van deze enige bijzonderheid is er niets wat het ene wijngoed van het andere onderscheidt. Als men Clos de Bèze is gepasseerd vindt men een groot bord met de aankondiging: ‘Hier beginnen de wijngaarden van Chambertin’. En men heeft deze informatie nog niet verwerkt of er staat een tweede dat aankondigt: ‘Hier eindigen de wijngaarden van Chambertin’. Daar ligt dan zo’n 500 meter tussen en de breedte van de wijngoederen bedraagt ongeveer de helft van de lengte. Behalve deze 2 borden is er niets dat erop wijst dat we in de buurt zijn van een grond die een uitzonderlijk goede wijn geeft, en als men de wijngoederen één voor één bekijkt zou men niet kunnen zeggen welk nu de beste nectar voortbrengt.

Een nieuweling zou niet in staat zijn ze uit elkaar te houden. Daarvoor moet men de wijn proeven.

Evenals het merendeel van de dorpen in de Côte-d’Or ligt Gevrey-Chambertin verscholen tussen 2 heuvels in de diepte van wat men een ‘combe’, een klein dal noemt. Alle Chambertinwijnen liggen op de zuidkant van de heuvel, maar er zijn ook uitstekende wijngoederen op de noordkant.

Volgens de classificatie van de wijnen uit de Côte-d’Or uit het jaar 1860 hadden alleen Chambertin en Clos de Bèze recht op de titel Tête de Cuvée; de andere, ook zij die waren bevorderd tot Grands Crus, stonden in het klassement daaronder als Premiers Crus. In die tijd waren er enkele die recht hadden op de titel Grand Cru: Clos Saint-Jacques, Varoilles, Fouchère, Etournelles en Cazetiers; deze staan nu geklasseerd als Premiers Crus en kunnen worden verkocht onder een van de 2 volgende etiketten, naar keuze van de wijnboer of de handelaar: hun naam plus die van de gemeente, of de naam van de gemeente plus de vermelding Premier Cru. Heel wat experts betreuren het dat Varoilles en Clos Saint-Jacques geen recht meer hebben op de titel Grand Cru, zoals de beste van de andere wijngoederen in de gemeente. Er zijn heel wat jaren waarin hun uitnemende wijnen voordelig afsteken bij de 5 andere Grands Crus Chambertin, zij het wellicht niet bij de 2 voormalige Têtes de Cuvée.

De gemeente produceert ook wijnen van mindere kwaliteit die alleen recht hebben op de Appellation Gevrey-Chambertin; een groot deel daarvan kan heel aangenaam zijn. Ze zijn niet allemaal uitsluitend gemaakt van op het grondgebied van de gemeente verbouwde druiven, maar ook met die van de beste wijngoederen uit de buurgemeente: Brochon. In 1983 is er in totaal aan Gevrey-Chambertin en Gevrey-Chambertin Premier Cru 15894 hl verkocht. De totale met wijngaarden beplante oppervlakte bedraagt maar 370 ha. Hier volgt de lijst van de beste gewassen (zie ook afzonderlijk de Grands Crus op hun plaats in de alfabetische volgorde):

GRANDS CRUS

Wijngaard Oppervlakte in ha Produktie in 1983 (in hl)

Chambertin (cru exceptionnel) 12,9 688

Chambertin-Clos de Bèze (cru exceptionne) 15,4 478

Latricières-Chambertin 7,4 283

Mazoyères-Chambertin 18,6

Charmes-Chambertin 12,2 1167

Mazis- (of Mazys-) Chambertin 9,1 259

Ruchottes-Chambertin 3,3 87

Griotte-Chambertin 2,7 47

Chapelle-Chambertin 5,5 228

PREMIERS CRUS

Wijngaard Oppervlakte in ha

Varoilles 5,94

Clos Saint-Jacques 6,92

Aux Combottes 4,9

Bel-Air 3,72

Les Cazetiers 9,11

Combe-au-Moine 4,78

Etournelles 2

Lavaut 9,43

Poissenot 2,19

Champeaux 6,76

Les Goulots 1,82

Issarts (ou Plantigone) 1,82

Les Corbeaux 3,12

Cherbaudes 2,19

La Perrière 2,47

Clos-Prieur (alleen beste deel) 1,98

Le Fonteny 3,80

Champonnet 3,32

Au Closeau 0,53

Craipillot 2,75

Champitennois (ou Petite 3,97

Chapelle)

En Ergot 1)17

Clos du Chapitre 0,97