Dr. O. Dubois

Auteur “De Nieuwe Geneeskunde”, 1930

Gepubliceerd op 15-05-1930

1930-05-15

Tandcariës

betekenis & definitie

Tandcariës is een verzwering die aan de tanden vreet. Het komt het meest voor onder alle tandziekten.

Tandcariës tast meer de maaltanden aan dan de snij- en hondstanden, en dan nog bij voorkeur de maaltanden van het bovenste kaakbeen. Meestal bederven verschillende tanden, of te zamen, of beurtelings, en het zijn gewoonlijk de buurtanden of dezelfde tanden van elke kant of van elk kakebeen.

Meestal werkt cariës van buiten naar binnen; tast eerst het email aan, dan het ivoor en het middengedeelte. Zo ontstaat een holte, waarvan de opening veel kleiner is dan de bodem. Veel zeldzamer begint cariës in het binnenste van den tand, om dan naar buiten te dringen. Zij bestaat dan eerst in een bederf van het email dat wit wordt, ondoorschijnend; daar ontwikkelt zich een vlek die eerst geel is, dan bruin, en ten slotte zwart. Gedurende deze periode. die lang duren kan, is de tand slechts gevoelig, meestal als hij op een harde substantie drukt. De cariës tast hierop het ivoor aan en vernielt het, veroorzaakt meestal pijn, en bederft gewoonlijk den adem.

Deze pijn wordt men eerst slechts gewaar onder invloed van de koude of gedurende het aanraken van voedsel bij het kauwen, dan wordt ze heviger in zulke mate dat zij den zieke van alle rust berooft, of voortdurend, of door een reeks van kiespijnaanvallen, die op elkaar volgen, tot de zieke verplicht is zijn tand te doen uittrekken.