Dr. Chris Schriks

Uitgever-drukker, auteur, historicus

Gepubliceerd op 17-11-2016

2016-11-17

Groote of Oranje Sociëteit

betekenis & definitie

De Groote of Oranje Sociëteit van 1763 te Zutphen is een der oudste in Nederland. Bedoeld dat leden op aangename en discrete wijze met elkaar omgingen. Hetgeen gebeurde onder het regime van een stadhouder, Franse koning en keizer, de Bataafse Republiek, drie koningen, een regentes, drie koninginnen en een koning.

Zij werd opgericht onder de naam ‘Sociëteit’ die in 1815 werd veranderd in ‘Groote Sociëteit’. Pas in 1967 (!) werd deze formeel gewijzigd in ‘Groote of Oranje Sociëteit’. Zij telt ca. 200 leden, maar het all-time ledenregister dat vanaf 1763 is bijgehouden telt 2500 namen. Het is een overwegend Oranjegezind gezelschap, maar wel een met een Thorbeckiaanse blik.
Dat is niet altijd zo geweest, want in de periode van 1763 tot 1787 telde de sociëteit ook patriotten onder haar leden. De bekendste daarvan was Robert Jasper van der Capellen die, na de dood van neef Joan Derk van der Capellen, hem opvolgde als leider van de patriotten in Oost-Nederland.
Een aantal van hen moest het vege lijf redden door naar de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk te vluchten. Tot de Zutphenezen die de wijk moesten nemen behoorde ook Robert Jasper. Hij werd in 1788 door het Hof van Gelderland bij verstek ter dood veroordeeld, een vonnis dat later werd herroepen.
De Sociëteit heeft veel illustere leden gekend. Zoals in de 18de eeuw de patriotten Robert Jasper van der Capellen, Willem Hendrik van Hasselt, Bernard Joost Verstege en Berent Wildrik, maar ook geharnaste orangisten als August Robbert van Heeckeren van Suideras, Engelbert Crookceus, Hendrik Jan van Loe, Rudolph Jan Staring en Paravicini di Capelli. Met bekende 19de eeuwers als Reinier Willem Tadama, David Evekink, Jacob Dam en J.J. Ramaer en uit de 20ste eeuw onder meer Walraven van Hall, Edzard Bosch van Rosenthal, H.L.A. Visser en Johannes Dijckmeester.