zintuigen betekenis & definitie

De organen die prikkels uit de buitenwereld in waarnemingen omzetten.

De mensen heeft zes zintuigen: het evenwicht, het gehoor, de reukzin, de smaakzin, de tastzin en het gezichtsvermogen.

Het oog is een bijzonder zintuig. Het kan dingen heel dichtbij, maar ook kilometers ver weg waarnemen. De neus is er niet alleen om te ademen, je ruikt er ook mee: lekkere geuren, vieze of gevaarlijke geuren en ook biologische, onmerkbaar lichte geuren die je gedrag beïnvloeden. Hoog in je neusholte zitten miljoenen kleine cellen op een gedeelte dat niet groter dan een postzegel is. Die cellen (het reukorgaan) vangen geuren op. Het smaakzintuig bestaat uit smaakpapillen, verspreid over het slijmvlies van de tong met concentraties aan de voorkant, zijkant en achterkant. Hiermee kun je vijf soorten smaak proeven: zoet, zuur, bitter, zout en umami (de smaak die hoort bij bijvoorbeeld de Japanse smaakmaker wasabi, die bij sushi gegeten wordt).

Het oor wordt ook wel het ‘gehoororgaan’ genoemd, hoewel daarin ook je evenwichtsorgaan zit. De cellen die gevoelig zijn voor geluidstrillingen zitten in het slakkenhuis. Met de huid kun je voelen, maar de huid is niet overal even gevoelig. Als je iets heel goed wilt voelen, gebruik je je vingertoppen. Die zijn erg gevoelig doordat er meer zenuwuiteinden in zitten dan waar in je lichaam dan ook. Ook je lippen zijn erg gevoelig.

Al deze zintuigen geven je lichaam de hele tijd informatie over wat er in de buitenwereld gebeurt. Over wat er binnen in je lichaam gebeurt krijg je ook informatie, vooral van je zenuwen en hormonen. Dat gaat wel voor een groot deel buiten je bewustzijn om.