zenuw betekenis & definitie

Een bundel zenuwvezels die eruitzien als een zich vertakkende witte draad.

De zenuwvezels bestaan weer uit honderden vertakkende uitlopers van zenuwcellen.
Zenuwen geleiden signalen van de hersenen naar spieren, waardoor die kunnen samentrekken. Ook geven zij informatie van onze zintuigen naar het ruggenmerg en de hersenen door. Een zenuw bestaat soms alleen maar uit vezels die spieren kunnen laten samentrekken. Dat is dan een ‘motorische zenuw’. Andere zenuwen zijn sensorische zenuwen oftewel gevoelszenuw. Soms doen ze beide dingen en dan heten ze ‘gemengde zenuw’.

Zenuwen die rechtstreeks uit de hersenen komen, heten ‘hersenzenuwen’. Daarvan zijn er twaalf paar: twaalf voor de linkerhelft van het lichaam en twaalf voor de rechterhelft. Zenuwen die in of bij het ruggenmerg liggen, heten ‘ruggenmergszenuwen’ of ‘spinale zenuwen’ (31 paar). Alle zenuwen samen, in en buiten de hersenen, vormen het zenuwstelsel. Het ‘perifere’ zenuwstelsel is het gedeelte van de zenuwen dat buiten de hersenen en het ruggenmerg ligt (‘perifeer’ betekent ‘aan de rand’). Het centrale zenuwstelsel ligt daarbinnen.

Er zijn veel uitdrukkingen in gewone taal met ‘zenuw’, zoals ‘op je zenuwen van iets krijgen’, ‘een zenuwpees’ en ‘zenuwachtig’ (nerveus). Die hebben allemaal te maken met onrust en beweging.

Ook nervus.