wiet betekenis & definitie

Een softdrug afkomstig van hennep (cannabis) die vooral in coffeeshops wordt verkocht en waarvan mensen high worden.

Dit woord komt van het Engelse woord weed (‘gras, onkruid’). Wiet is gemaakt van de bladeren van de hennepplant (Cannabis sativa, cannabisplant, wietplant, uit de hennepfamilie). In wiet zit de stof tetrahydrocannabinol (THC). Die stof beïnvloedt je hersenen: je wordt er ontspannen en vrolijk, maar soms ook bang of sloom van. Twintig jaar geleden kon wiet iets minder kwaad doordat er niet zoveel THC in zat. Maar wiettelers hebben de wiet sterker gemaakt. Nu is wiet soms haast even sterk als sommige harddrugs

Je kunt er geestelijk aan verslaafd raken, zeker als je het veel gebruikt, bijvoorbeeld elke dag of een paar keer per week. Je wordt er vaak slaperig van. Wiet is schadelijk, vooral voor de hersenen van pubers. Hun hersenen zijn namelijk pas klaar met groeien rond het 21e levensjaar. Wiet zorgt voor slechtere resultaten op school.

Wiet wordt meestal als joint gerookt. De blaadjes worden met één of meer vloeitjes tot een sigaret gerookt gerold. Het roken heet in Nederland ‘blowen’, in België ‘smoren’. Van de wietplant wordt ook hasj gemaakt.

Ook marihuana. Kijk ook bij afhankelijkheid, drugs, harddrugs, hasj, cannabis, verslaving.