wiegendood betekenis & definitie

Wanneer een baby die gezond lijkt onverwacht tijdens de slaap doodgaat.

Elk jaar gaan in Nederland zo’n 25 baby’s dood door wiegendood, meestal in hun eerste levensjaar. Dat is verschrikkelijk voor de ouders of verzorgers (en broertjes en zusjes als die er zijn). Vader en moeder hebben goed voor hun baby gezorgd – en toch ligt het kind op een ochtend in de wieg en ademt het niet meer. Ze zijn dan erg verdrietig en voelen zich vaak schuldig. Ze vragen zich bijvoorbeeld af of ze hun baby te stevig hebben ingestopt, waardoor het is gestikt. Ze hebben zeker niet een ziekte over het hoofd gezien: de baby is in de slaap doodgegaan door een ongelukkige samenloop van omstandigheden die zij als ouder of verzorger niet kunnen zien aankomen. Ze kunnen niet jaar in jaar uit elke nacht tien uur lang naast het bed van de baby zitten controleren of het goed ligt en goed ademt.

De kans op wiegendood wordt kleiner als een baby op de rug slaapt, niet op de buik. Een dekbed is beter dan een slaapzak of dekentje. De baby moet niet te warm liggen en vrij kunnen ademhalen, zonder kussens of hoofdbeschermers in de buurt. Zo zijn er nog meer dingen waarop ouders of verzorgers wel kunnen letten. Op het consultatiebureau krijgen ze tips hierover.

Ook sudden infant death syndrome (SIDS, Engels voor ‘plotselinge-baby-dood-syndroom’). Kijk ook bij rouwverwerking.