vleesboom betekenis & definitie

Een goedaardig gezwel van spierweefsel en bindweefsel in de baarmoeder.

Veel vrouwen hebben last van vleesbomen. Zo’n gezwel is meestal klein, maar ook wel eens zo groot als een tennisbal of zelfs een voetbal. Vleesbomen groeien in de baarmoederwand, soms op een steeltje. Meestal heeft een vrouw er niet eentje, maar een paar. Als vleesbomen groot zijn, haalt de gynaecoloog (vrouwenarts) ze tijdens een operatie weg.

Ook myoom. Kijk ook bij baarmoederpoliep.