symbiose betekenis & definitie

Samenlevingsvorm van twee organismen waarvan beide profiteren, bijvoorbeeld doordat de een de ander beschermt en de ander voedingsstoffen geeft (uitspraak: sim-bie-OO-zu).

De grootste partner wordt ook wel ‘gastheer’ genoemd. Zo is de mens gastheer voor veel bacteriën die van nature in de darmen zitten. Beide partijen hebben er voordeel van. De bacteriën hebben gratis huisvesting en helpen de mens (gastheer) met de spijsvertering van lastige voedingsstoffen. Als het ene organisme ten koste van de ander leeft, noem je dat ‘parasitisme’. Dat is bijvoorbeeld het geval met wormen die in je darmen kunnen zitten. Als het andere organisme daar geen nadeel van ondervindt, dan wordt het ‘commensalisme’ genoemd.

Kijk ook bij parasiet.