stamcel betekenis & definitie

Ongespecialiseerde, ‘algemene’ cel die de voorlopercel is van alle lichaamscellen, zoals rode bloedcellen, hartspiercellen, huidcellen en zenuwcellen.

‘Voorlopercel’ betekent dat het een beginvorm is, een beetje zoals een rups later een vlinder wordt. Stamcellen kunnen embryonale cellen zijn, maar ook in het volwassen lichaam komen stamcellen voor, vooral in het beenmerg. Met stamcellen hopen dokters in de toekomst ‘zieke’ of dode cellen te kunnen vervangen. Dat zou mooi zijn na bijvoorbeeld een hartinfarct. In het hart zijn dan veel hartspiercellen kapotgegaan. Op die plaats zouden nieuwe spiercellen uit stamcellen kunnen gaan groeien. De behandeling waaraan dokters nu werken, heet ‘stamceltherapie’.

Ook moedercel. Kijk ook bij beenmergtransplantatie, celdifferentiatie.