snot betekenis & definitie

Slijm dat door de cellen in je neus en neusbijholten wordt gemaakt om de luchtwegen te beschermen tegen bacteriën, virussen en stofjes die je door je neus inademt.

Als er een infectie in je neus zit, met virussen of bacteriën, gaan die cellen harder werken en maken ze meer snot. Dat is nuttig, want op die manier kun je virussen en bacteriën snel uit je neus en je luchtwegen wegwerken. Daar zijn verschillende manieren voor. De snelste manier is snotteren en niezen. Je kunt het snot uit je neus ophalen en door je mond uitspugen (dat heet een ‘fluim’) of het doorslikken. In dat laatste geval komt het in je maag en darmen terecht en verlaat het je lichaam via de achterdeur. Als het in je luchtwegen blijft steken, kun je het kwijtraken door te hoesten. Je neus ophalen is misschien niet zo beleefd en smakelijk, maar voor je neus is het beter dan die (hard) te snuiten. Door snuiten kan snot wel in een neusbijholte terechtkomen en daar voor een ontsteking zorgen.

Als snot indroogt en aankoekt, krijg je harde korstjes in je neus. Die worden ook wel ‘bullebakken’ genoemd. Die kun je eruit uitpeuteren. Vrijwel iedereen zit wel eens met de wijsvinger in de neus te peuteren en sommige mensen… eten hun bullebakken stiekem op. Dat kan geen kwaad. Het wordt wel minder netjes gevonden. Door het gepeuter kun je per ongeluk een bloedvaatje kapotmaken. Dan heb je even een bloedneus.

Ook neussecreet (uitspraak: neus-su-KREET).