slaap betekenis & definitie

1) Toestand waarin lichaam en geest tot rust komen en je niets meer van je omgeving merkt; 2) de zijkant van je voorhoofd naast je wenkbrauw.

1) Je ademhaling is dan dieper en langzamer, je hartslag is langzamer en je lichaam verbruikt minder energie. Iedereen heeft slaap nodig. Hoeveel, dat verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben genoeg aan zes uur, anderen slapen tien uur per nacht. Oudere mensen slapen meestal korter en minder diep. Dat hoort bij de leeftijd. Het is normaal om af en toe even wakker te worden, vooral tegen de ochtend, wanneer de slaap minder diep is.
2) Het deel van je schedel naast je wenkbrauwen heet het ‘slaapbeen’ of kortweg ‘slaap’. Het slaapbeen links en rechts vormt de zijwand van je voorhoofd. De slapen zijn kwetsbaar, want het bot op de hersenen is hier het dunst van de hele schedel. Vroeger dachten mensen dat de slaap (dus het ’s nachts dichtdoen van je ogen dichtdoen en dan dromen) op deze plaats in het hoofd ‘zetelde’.

Kijk ook bij slapeloosheid.