sarcoïdose betekenis & definitie

Chronische ziekte in de longen of de huid, soms in het hele lichaam (uitspraak: SAR-koo-ie-DOO-zu).

Sarcoïdose komt vooral voor bij mensen van 20 tot 40 jaar. Ze krijgen dan kleine opeenhopingen van ontstekingscellen (‘ontstekingshaarden’, ‘granulomen’) in de longen, soms ook in lymfeklieren, de ogen, de huid, de lever en de nieren. De dokter ziet die granulomen vaak op een röntgenfoto van de longen. Mensen met sarcoïdose zijn vaak moe, hebben moeite met ademhalen, gewrichtsklachten en een licht verhoogde lichaamstemperatuur. Meestal gaat sarcoïdose vanzelf over, maar soms zijn de klachten zo ernstig dat de dokter het zware medicijn prednison geeft. Prednison geeft wel bijwerkingen, vooral doordat mensen het zo’n lange tijd moeten innemen.

Het woord ‘sarcoïdose’ komt uit het Grieks en betekent eigenlijk weinig meer dan ‘vlezige ziekte’. Het Griekse woord ‘sarx’ betekent ‘vlees’ en ‘faag’ betekent ‘eten/eter’. Nu snap je waarom een grafkist uit het oude Egypte ‘sarcofaag’ heet. Van een lijk is daarin door de wormen en de schimmels na een poosje weinig meer dan botten over (behalve als het een Egyptische mummie is…).

Ook ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann.