sanitatie betekenis & definitie

Het geheel van voorzieningen als wc’s, onderwijs over hygiëne (wc-gebruik, handen wassen enz.), waterleiding en riolering, allemaal met de bedoeling dat mensen geen infectieziektes door poep oplopen (uitspraak: saa-nie-TAA-tsie).

Sanitatie is vanzelfsprekend in de meeste landen in Europa en zeker in Nederland en België, maar in veel arme landen niet. Daar worden mensen vaak ziek door besmetting met bacteriën in poep van andere mensen. Er zijn daar meestal geen wc’s en veel mensen poepen maar op straat of in het veld, naast de boontjes en kroppen sla, of in de rivier, waarin verderop kleren worden gewassen en water wordt gehaald om mee te koken.

Dit woord kwam in 2007 en 2008 in het nieuws toen kroonprins Willem Alexander in New York in het Engels het jaar 2008 tot het International Year of Sanitation van de Verenigde Naties uitriep. Later deed hij dat in Nederland opnieuw, in zijn eigen taal. Toen zei hij dat hij het maar jammer vond dat het woord ‘sanitatie’ niet in Nederlandse woordenboeken voorkomt. De schrijvers van dit woordenboek hoorden dat toen, ze vonden dat hij wel gelijk had en stuurden de prins een brief. Ze beloofden hem het woord snel op te nemen in hun woordenboek voor dokters (zeg maar: het ‘Senior dokterswoordenboek’). Een jaar later was het al zover. De prins heeft hun toen daarvoor met een ferme handdruk persoonlijk bedankt. Andere woordenboekmakers hebben het voorbeeld gevolgd en het woord ook in hun boeken opgenomen. Zo belangrijk kan een woordenboek voor één woordje zijn.

Kijk ook bij hygiëne.