prothese betekenis & definitie

Materiaal van kunststof dat een lichaamsdeel of orgaan vervangt of verbetert (uitspraak: proo-TEE-zu).

Als de prothese helemaal in het lichaam verborgen is, wordt het ook wel ‘implantaat’ genoemd. Veel gebruikte prothesen zijn borstprothese, beenprothese (kunstbeen), contactlenzen, gehoorapparaat, glazen oog en de heupprothese. Vroeger was een prothese vaak van stijf metaal of hard plastic. Tegenwoordig kunnen ze kunstarmen maken van siliconen. Die lijken meer op echte armen en benen en zijn prettiger om te dragen.

Op www.youtube.com was in 2009 een filmpje te zien waarop iemand met een kunstbeen voetbalt. Bij een sliding verliest die man dan zijn onderbeen, maar niet getreurd: even een paar riempjes vastmaken en hup, hij staat alweer in het veld. Voor mensen bij wie een arm is geamputeerd, zijn er nu ook kunstarmen. Daarvan worden de spierbewegingen bestuurd via schakelaars op de plaats waar de prothese op het lichaam zit.

Kijk ook bij kunstgewricht.