placenta betekenis & definitie

Orgaan dat tijdens de zwangerschap in de baarmoeder groeit (uitspraak: plaa-SEN-taa).

De placenta is de groeifabriek van de baby in de buik van de moeder. Als een embryo zich in de wand van de baarmoeder nestelt, hecht het zich vast door middel van vlokken met bloedvaten. Deze hechtvlokken groeien uit tot de placenta. De placenta heeft ongeveer de grootte en vorm van een pizza. Hieruit krijgt het ongeboren kind zuurstof en voedingsstoffen tijdens de hele zwangerschap. Kort na de geboorte komt de placenta los. De gynaecoloog of verloskundige let er dan op dat die helemaal naar buiten komt. Dit heet ‘de nageboorte’.

Ook moederkoek. Kijk ook bij baarmoeder, navelstreng.