parasiet betekenis & definitie

Organisme dat leeft in de nabijheid of binnen een ander organisme en dat zich ten koste van de gastheer voorziet van voedingsstoffen (uitspraak: PAA-raa-SIET).

Bekende parasieten zijn de lintworm en de spoelworm. Zij leven in je darmen. Ook de aarsmaden, waar kinderen nog wel eens last van hebben, zijn parasieten. Amoebedysenterie en malaria zijn ziektes door besmetting met een eencellige parasiet. Infecties daarmee komen veel voor in de tropen. In Nederland zijn de meeste parasitaire infecties zeldzaam. Je ziet ze vooral bij mensen met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld door aids.

Het woord ‘parasiet’ wordt ook gebruikt voor mensen die alleen maar dingen van andere mensen aannemen en nooit eens wat teruggeven. Ze profiteren dan van wat die ander heeft. Er bestaan in de natuur ook ‘sociale parasieten’, zoals de koekoek. Die vogel legt haar ei in een nest van een andere vogel, om daar te laten uitbroeden. Het koekoeksjong komt dan als eerste uit het ei en werkt de kindertjes van de pleegmoeder meteen het nest uit, zodat het zelf meer eten van de pleegmoeder krijgt.