pacemaker betekenis & definitie

Klein elektrisch apparaatje in het lichaam dat het hart goed laat werken als dit te langzaam of onregelmatig klopt (uitspraak: PEES-mee-ker).

Een pacemaker stimuleert het hart met elektrische prikkels, zodat het een regelmatige slag krijgt.
Pacemakers worden ingebracht (geïmplanteerd) bij mensen met een aandoening die het elektrische systeem van het hart heeft aangetast, bijvoorbeeld een hartblok. De pacemaker wordt tijdens een kleine operatie links of rechts op de borstspier geplaatst. Daarvandaan is het via een ader (meestal de sleutelbeenader) door een lange en dunne stroomdraad met het hart verbonden.

Ook gangmaker.