maag betekenis & definitie

Uitstulping aan het begin van het darmkanaal als opslagplaats waaruit voedsel de darm ingaat.

De mens eet niet ononderbroken de hele dag (zoals koeien in de wei lijken te doen). Onze verre voorouders, die nog niet goed wisten hoe ze eten langdurig konden bewaren, gingen vaak op pad gaat om voedsel te zoeken. Ze waren afhankelijk van het voedselaanbod in de omgeving omdat ze geen voorraad konden maken die niet snel bederft. Als ze onderweg eten tegenkwamen (wilde kip, bosbessen, paddenstoelen), aten ze daar meteen zo veel mogelijk van. Dan konden ze hopelijk een paar dagen vooruit. De maag biedt de mens de mogelijkheid veel voedsel in een paar minuten eten op te slaan. Dit orgaan houdt de darm daarna urenlang aan het werk door telkens een beetje voedsel naar de darm te laten gaan. Hoe de maag werkt, lees je bij veel trefwoorden hierna die met ‘maag-’ beginnen en ook bij ‘spijsvertering’ en ‘darm’.

Als iemand zegt ‘het ligt me zwaar op de maag’ of ‘dat bezorgt me maagpijn’, betekent dit dat hij het ergens moeilijk mee heeft.

Ook gaster (uitspraak: GAS-tur). Kijk ook bij alvleesklier, darm, darmflora, eetlust, maagzweer, spijsvertering, vertering, voedingsstoffen.