lymfeklier betekenis & definitie

Boonvormig orgaantje, zo groot als een erwt, die overal in het lichaam zitten en die samen met de lymfevaten een netwerk vormen.

Elk orgaan of deel van het lichaam heeft zijn eigen lymfeklieren. Zij zijn de zuiveringsstations van het lymfestelsel. Lymfeklieren zijn belangrijk bij de afweer tegen ziekteverwekkers (bijv. virussen en bacteriën), kankercellen en stoffen die niet in het lichaam thuishoren.

Wanneer ziekteverwekkers of kankercellen in de lymfevaten terechtkomen, zwellen lymfeklieren op. Sommige witte bloedcellen (de lymfocyten) uit het lichaam gaan er dan naartoe. De dokter voelt soms met de vinger in je oksel, lies of hals of de lymfeklieren daar dik zijn.

Ook lymfeknoop, lymfenodus. Kijk ook bij lymfe, opgezwollen lymfeklieren.