kunstverlossing betekenis & definitie

Bevalling via de vagina met hulpmiddelen wanneer de natuurlijke manier niet opschiet.

Verlossing is de hulp die een vrouw bij de bevalling krijgt zodat de geboorte goed verloopt. In Nederland geven vroedvrouwen (verloskundigen), gynaecologen (vrouwenartsen) en op het platteland ook huisartsen die hulp. Wanneer een bevalling te lang duurt en de vrouw en het kind in de buik daardoor te moe worden, neemt de gynaecoloog de hulp over. Als de gynaecoloog merkt dat de bevalling te lang gaat duren en het kind daardoor te weinig zuurstof krijgt, kan hij of zij de geboorte versnellen door het kind naar buiten te trekken. Dat kan met een ouderwetse verloskundige tang (tangverlossing) of met een soort van zuiger boven op de schedel van het kind (vacuümverlossing, vacuümextractie).

Nadat die zuiger vastzit, trekt de gynaecoloog er voorzichtig aan tijdens een paar weeën. Wanneer het hoofd uit de baarmoeder tevoorschijn is gekomen, is trekken niet meer nodig: de rest van het babylichaam komt dan meestal snel. Het kind kan na de geboorte wat bloeduitstortingen hebben op de plekken op het hoofd. Die trekken meestal vanzelf weg. Bij een bevalling van een tweede kind gaat alles vaak een stuk gemakkelijker en is een kunstverlossing meestal niet meer nodig.

Kijk ook bij bevallen, geboorte, keizersnede, opwekking van de geboorte.