huig betekenis & definitie

Lelletje achter in je mondholte, bij het keelgat, te zien wanneer je in de spiegel kijkt en je mond wijd opent.

De huig is de uitloper van het zachte gehemelte. Hij zorgt ervoor dat de achterkant van je neusholte dichtgaat wanneer je slikt. Veel mensen gaan vanzelf braken wanneer hun huig wordt aangeraakt (braakreflex). Een op de 80 mensen heeft een gespleten huig. Dat is een heel lichte vorm van een hazenlip.

Ook uvula (uitspraak: UU-vuu-laa).