hoofdluis betekenis & definitie

Een piepklein, bijna doorschijnend diertje dat zich graag verstopt in het hoofdhaar en dat zich met menselijk bloed voedt.

Hiervoor prikt de luis met zijn zuigsnuit door de hoofdhuid heen. Hij zuigt dan, net als een vlo, telkens een beetje bloed op. Gemiddeld ‘drinkt’ een luis 3-6 keer per dag. Als een luis zich niet regelmatig kan voeden, verhongert hij en gaat hij dood. Dat is dus anders dan bij de teek, die in één keer een grote hoeveelheid bloed opzuigt en daar weken mee vooruit kan.

Door hoofdluis krijg je meestal jeuk. Sommige mensen hebben daar dan veel last van, anderen nauwelijks. Hoofdluizen houden van schoon haar. Een besmetting heeft dus niets met slechte lichamelijke verzorging te maken. De beestjes komen vooral voor bij kinderen tussen de vijf en elf jaar, iets vaker bij meisjes, doordat zij meestal langer haar dan jongens hebben.

Luizen kun je het beste bestrijden door een combinatie van knippen, wassen en kammen. Neten (eitjes die de hoofdluis op de haren vastzet) kunnen de wasbeurt soms overleven en later uitkomen. Daarom moet je je haar tot veertien dagen na het begin van de behandeling dagelijks uitkammen met een plastic stofkam. Elke drogist en apotheek verkoopt die. De wetenschappelijke naam van de hoofdluis is Pediculus pthirus, vandaar het moeilijke synoniem.

Ook pediculose (uitspraak: PEE-die-kuu-LOO-zu). Kijk ook bij luis, schaamluis.