homoseksualiteit betekenis & definitie

De eigenschap dat je alleen op iemand van je eigen geslacht verliefd kunt worden en met die persoon seks kunt hebben.

In veel landen hebben mensen en vooral dokters en geestelijken homoseksuele en biseksuele mensen eeuwenlang geestelijk ziek gevonden. Ze stopten hen in een gekkenhuis of gevangenis, maakten ze dood of probeerde hen in het minst ongunstige geval te ‘genezen’ door ze heteroseksueel te maken met medicijnen, elektrische schokken, hypnotiseren enzovoort. Dokters denken dat dit genezen onmogelijk is. Tegenwoordig vinden de Wereldgezondheidsorganisatie en dokters in steeds meer landen niet langer dat homoseksualiteit een ziekte is.

Sommige mensen vinden homoseksualiteit nog steeds niet goed, bijvoorbeeld vanwege hun geloof. Homoseksualiteit komt op de hele wereld voor zo lang als de mens bestaat. Het komt zelfs bij sommige diersoorten voor! De Nederlandse samenleving telt vele honderdduizenden holebi’s, misschien wel meer dan een miljoen. Ongeveer een op de twintig mensen heeft in zijn of haar hele leven alleen maar een relatie met iemand van het eigen geslacht en is dus homo. Als ze in een land wonen waar de wet homoseksualiteit niet verbiedt en homo’s niet met antihomowetten door de staat worden gepest, kunnen ze een gelukkig leven leiden. In Nederland kan dit al tientallen jaren. Veel homo’s leiden hier een gelukkig leven en hebben vrienden, familie en collega’s die hun homoseksualiteit geen probleem vinden.

Nog eens een op de twintig tot dertig mensen heeft een relatie of seks met de ene keer een man, de andere keer een vrouw (biseksualiteit). Er zijn pubers die een keer een homoseksueel avontuur hebben en later als volwassene geen belangstelling meer voor het eigen geslacht hebben.

Je noemt een homoseksuele man meestal een ‘homoseksueel’ en een homoseksuele
vrouw een ‘lesbische vrouw’ of ‘lesbienne’ (een woord uit het Frans, uit te spreken als ‘lesbjèn’). Naast deze ‘gewone’, neutrale woorden zijn er woorden die stoer en positief of juist beledigend bedoeld zijn: ‘homo’, ‘flikker’, ‘poot’, ‘mietje’, ‘lesbo/-ba’, ‘pot’ enzovoort. Die woorden gebruiken mensen soms als scheldwoord als ze een hekel aan homoseksuelen hebben – of soms als ze nadrukkelijk als hetero willen overkomen terwijl ze merken dat ze misschien zelf homo of bi zijn. Dan worden ze onzeker. Door op homo’s te schelden willen ze toch extra bij de hetero’s horen.

Een volwassen man die homoseksueel is, is daardoor niet automatisch pedoseksueel en wil seks dan alleen met jongens. Een volwassen man of vrouw die heteroseksueel is, is tenslotte ook niet automatisch pedoseksueel en wil dan alleen seks met kinderen. De allermeeste hetero- en homoseksuele volwassenen hebben gewoon seks met andere volwassenen.

Het woord ‘homofilie’ is ouderwets geworden, maar wordt bijvoorbeeld in sommige religieuze situaties gebruikt. Het woord ‘holebi’ komt uit België en betekent ‘homoseksuele man, lesbische vrouw of biseksuele persoon’.

Ook homofilie. Kijk ook bij biseksualiteit, heteroseksualiteit, seksualiteit, transseksualiteit, pedoseksualiteit, lesbisch, hypothalamus.