hersendood betekenis & definitie

Situatie waarbij alles in het lichaam wat door de hersenen wordt geregeld het niet meer doet, behalve de bloedsomloop en de ademhaling, die door de hersenstam worden geregeld.

Iemand is soms hersendood na een ernstig hersenletsel of een hersenbloeding. Normaal werken de hersenen dag en nacht. Er gaat vrij veel bloed naar de hersenen met zuurstof en voedingsstoffen (suiker) om ze daarvoor van energie te voorzien. Wanneer die bloedstroom kort (ongeveer 20 seconden) stopt, raak je al bewusteloos. Na enkele minuten gaan de eerste hersencellen dood. Wanneer die bloedstroom nog langer wordt onderbroken, sterven de hersenen.

Het stoppen van de bloedsomloop – hartdood – betekent dan ook altijd hersendood. Andersom kun je wel hersendood zijn, maar kan je hart het nog steeds doen. Dat komt niet vaak in het ziekenhuis voor. Mensen bij wie dit gebeurt, leven als een soort kasplantje. Ze liggen stil in bed en zijn in coma. Ze worden gevoed, gewassen en verschoond, maar gaan niet dood. Dat kan jaren duren. Alleen de zenuwspecialist (neuroloog) kan en mag vaststellen dat iemand hersendood is.

Ook cerebrale dood (uitspraak: see-ru-BRAA-lu…). Kijk ook bij dood, hartdood, overlijden.