geheugen wat is de betekenis & definitie

Vermogen om je dingen te herinneren.

Een deel van de hersenen regelt het geheugen: gegevens opslaan, ze bewaren en ze later terugzoeken én vinden. Je hebt een kortetermijngeheugen en een langetermijngeheugen. Die eerste vorm is handig wanneer je veel weetjes voor korte tijd in je hoofd moet stampen en onthouden, bijvoorbeeld een paar mailadressen die je van iemand hebt gekregen en die je niet hebt kunnen opschrijven. Die mailadressen probeer je dan in je geheugen te ‘prenten’ tot aan het moment dat je pen en papier bij de hand hebt. Daarna vergeet je ze snel. Er zijn trucs om het kortetermijngeheugen sterk te maken. Allereerst moet je je concentreren, anders gaat de informatie het ene oor in en het andere uit. Je kunt ook dingen onthouden door betekenisverbanden te verzinnen, te ‘associëren’. Als je bijvoorbeeld moeilijk namen kunt onthouden, kan het handig zijn een verband te leggen tussen de naam en iets van die persoon. Bijvoorbeeld: de kennis Hans van der Klei is een boer. Dat is gemakkelijk te onthouden. Of je denkt aan de naam en een ander woord met dezelfde klank, bijvoorbeeld ‘Hans van der Klei, dat is een kei’. Overzicht aanbrengen is een derde truc. Voeg op een denkbeeldig boodschappenlijstje dingen samen in groepjes die bij elkaar horen: appels en peren, sla en boontjes, cola en bier enz.

Het langetermijngeheugen werkt heel anders, vooral met emotionele gebeurtenissen. Die blijven lang in je geheugen zitten. Hoe ouder je wordt, des te sterker komen die naar voren. Vaak gaan die gebeurtenissen terug tot in je kinderjaren. Het langetermijngeheugen blijft vaak het langst in vorm bij mensen die aan geheugenverlies lijden, bijvoorbeeld demente mensen.