bof wat is de betekenis & definitie

Een besmettelijke virusziekte waarbij de oorspeekselklier ontsteekt en de wangen opzwellen.

Bij deze ziekte bof je zeker niet, want je ligt er een poos mee ziek in bed. Je kunt de bof maar één keer krijgen, daarna is je lichaam ongevoelig voor het virus. Iemand die de bof heeft opgelopen, heeft dan het bofvirus in zich en kan dit verspreiden door te hoesten en te niezen. Je loopt de bof niet meer zo gemakkelijk op. In Nederland geven dokters namelijk aan baby’s een prik met het bmrw-vaccin. Dat vaccin beschermt tegen bof, mazelen, rodehond en waterpokken. Het kind wordt immuun voor de virussen die deze ziektes kunnen geven en kan deze ziektes niet meer krijgen. Als een man na de puberteit het bofvirus oploopt, kunnen zijn zaadballen (testikels) ontstoken en beschadigd raken. Zijn zaad kan dan minder goed een vrouw zwanger maken.

Ook dikoor (in België), parotitis epidemica.