autisme wat is de betekenis & definitie

Een stoornis waarbij het mensen altijd slecht lukt contact met anderen te maken. (uitspraak: au-TIS-mu)

Kinderen met autisme zoeken vaak houvast in vaste handelingen en gewoontes. Ze kunnen zich fanatiek met bijzondere onderwerpen bezighouden en alles daarvan afweten, terwijl ze zich voor sommige andere dingen weer helemaal afsluiten. Hun taal is vaak niet zo goed ontwikkeld en ze kunnen bijvoorbeeld pas laat praten. Bij veel kleine kinderen met autisme, zo tot de leeftijd van 3 jaar, zien de ouders of verzorgers dat hun kind sommige bewegingen steeds herhaalt, zoals heen en weer wiegen. Ook maakt zo’n kind dan vaak geen oogcontact. Zo’n twee op de drie kinderen met autisme hebben een verstandelijk beperking. Als hun intelligentie normaal is, spreekt de dokter van het ‘aspergersyndroom’.

Het is voor dokters moeilijk autisme te behandelen. Iemand kan niet van autisme worden genezen. Ouders, verzorgers, familie en andere mensen in de omgeving kunnen wel het leven van een autistische persoon (‘autist’) beter maken door op een goede manier met de persoon om te gaan en deze goed te begeleiden. Er bestaan opvoedingsprogramma’s en er is gedragstherapie om kinderen met autisme beter taal te leren en hen te leren handiger contact met mensen te leggen. In ernstige gevallen kan de dokter het verstandig vinden medicijnen te geven. Die zijn niet tegen het autisme, want zo’n medicijn bestaat niet, maar om een psychose tegen te gaan of bedoeld voor als de persoon last heeft van erge agressie, hyperactiviteit of stemmingswisselingen (depressieve stoornis).

Kijk ook bij aspergersyndroom.