aderlating wat is de betekenis & definitie

Het maken van een snee in een ader zodat het bloed eruit kan lopen.

In de Middeleeuwen lieten zieke mensen een dokter komen om een aderlating bij hen te doen. Zo hoopten ze van hun ziekte te genezen. Ze dachten toen dat veel ziektes kwamen door een verkeerde verhouding tussen de ‘lichaamssappen’ bloed, gal en slijm. Door wat bloed uit het lichaam te laten weglopen, zou er dan weer evenwicht tussen die ‘sappen’ komen.

Aderlaten ging als volgt: met een scherp mesje maakte de dokter (de ‘chirurgijn’) een kleine snee in een ader in de arm. Daar sijpelde dan bloed uit. Dat bloed werd opgevangen in een kom met een maatverdeling. Meestal werd een halve liter afgetapt, een tiende van de vijf liters bloed die in een volwassen mens rondstromen. De dokter sneed natuurlijk niet in een slagader, want daaruit spuit het bloed veel te hard. Aderlatingen worden nog wel eens verricht, maar niet meer om ‘evenwicht in lichaamssappen te herstellen’, maar bij de ziekte hemochromatose, om overtollig ijzer kwijt te raken. Bloed bevat namelijk veel ijzer.

Ook venasectie, flebotomie. Kijk ook bij venapunctie.