kabinet betekenis & definitie

kabinet - o., vertrekje; werkkamer ; de gezamenlijke ministers; verzameling van natuur- of kunstvoortbrengeselen; ouderwetsche hooge ladekast; „kabinetsorder”: verordening, die onmiddellijk van een ministerie of van den vorst uitgaat; „kabinetsquaestie”: een quaes-

tie, waarvan ’t aanblijven van het ministerie afhangt.