Christelijke encyclopedie

F.W. Grosheide (1926)

Gepubliceerd op 29-12-2019

Syrisch

betekenis & definitie

De menschen, die ons de Syrische literatuur hebben nagelaten, waren jongere stamverwanten van de Syriërs, die we uit het Oude Testament kennen. Beide groepen, de oudere en de jongere Syriërs, heeten in hun eigen taal Arameërs, en zoo werden ze ook in het Hebreeuwsch genoemd.

Maar in de Septuaginta, de bekende Grieksche vertaling van het Oude Testament, zijn de namen Aram en Arameërs weergegeven met Syrië en Syriërs. De Arameërs woonden echter niet uitsluitend in het land, dat wij Syrië noemen.

Wel hebben ze daar hun grootste macht ontwikkeld, voornamelijk in het rijk van Damascus, waartegen Israëls koningen zooveel te strijden hadden (zie b.v. het artikel Reziri). Maar er woonden toch ook Arameërs in andere landen, vooral in Mesopotamië.De taal en de literatuur, die wij gewoon zijn „Syrisch” te noemen, zijn niet uit Syrië afkomstig, maar uit Mesopotamië. Het oudste middelpunt van deze taal en deze literatuur is de stad Edessa. In de eerste eeuwen onzer jaartelling bestond hier, onder Romeinsche opperhoogheid, een klein Arameesch koninkrijkje, dat al heel vroeg werd gekerstend. Deze Christenen van Edessa bezaten de Heilige Schrift in hun eigen taal (zie art. Peschittha). Deze taal was een soort Arameesch en behoorde, evenals alle Arameesche talen en dialecten, tot de Semietische talen.

Maar ze onderging grooten invloed van het Grieksch. En onder Griekschen invloed zijn deze Arameërs er ook toe gekomen, zichzelf en hun taal „Syrisch” te noemen.

Van uit Edessa heeft de Syrische schrijftaal zich vooral naar het Oosten van Mesopotamië uitgebreid. Hier ontstond een tweede centrum van letterkundig leven te Nisibis. Tusschen het West-Syrisch van Edessa en het Oost-Syrisch van Nisibis bestond nog al verschil wat de uitspraak der vocalen betreft. Maar dit leverde voor de eenheid der schrijftaal geen bezwaar op, wijl men zich bediende van consonantenschrift (zie art. Schrift). De schriftsoort, die aanvankelijk bij heel de Syrische Christenheid in gebruik was, heet Estrangela.

Toch kwam er op den duur verschil, tengevolge van den theologischen strijd over de twee naturen van Christus. Hoewel de oecumenische concilies van Efeze en Chalcedon de gevoelens van Nestorius en Eutyches verwierpen, vonden ze beide onder de Syrische Christenen veel aanhang. De Oost-Syriërs volgden Nestorius, de West-Syriërs over het geheel Eutyches. Het Eutychianisme werd zeer bevorderd door den onvermoeiden arbeid van Jacobus Baradaeus, wiens aanhangers den naam Jacobieten kregen. Naar hun theologische standpunt worden ze Monophysieten genoemd.

De aanhangers der twee richtingen gingen nu elk een eigen schriftsoort vormen. Bij de Oost-Syriërs ontwikkelde zich het Nestoriaansche schrift, en bij de West-Syriërs een schriftsoort met name Serto. Dit laatste werd niet alleen door de Monophysieten of Jacobieten gebruikt, maar ook door de Grieksch-Orthodoxe Syriërs of Melkieten. Wie in Europa Syrisch leert, begint gewoonlijk met Serto. En wie Serto kent, kan de beide andere soorten gemakkelijk leeren.

Maar op het eerste gezicht zien de drie soorten er heel verschillend uit.

De Syrische literatuur is overwegend van religieuzen en theologischen aard. Ze biedt ons: legenden uit den tijd van Christus en de apostelen, levens van martelaars en andere heiligen, uitlegging van sommige deelen des Bijbels, dogmatische strijdschriften, stichtelijke liederen. Toch vindt men ook wel geschriften van anderen aard, b.v. een verhaal van een overstrooming in Edessa, en een ander over de belegering van de stad Amid door de Perzen in het jaar 502.

Na de opkomst van den Islam is het Syrisch door het Arabisch erg teruggedrongen, maar toch niet geheel verdrongen.