Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Staf

betekenis & definitie

In het Oude Testament worden voor staf verschillende woorden gebruikt. Naar de grondbeteekenis hebben we in Gen. 32 : 10, Ëx. 12 : 11 en 1 Sam. 17 : 40 te denken aan een roede; in Gen. 38 : 18, 25, Ex. 4 : 2 v., 7: 9 v., 8:5, 4 : 16 e.a. aan een werktuig om uit te strekken; in Num. 21 : 18, Richt. 6 : 21, 2 Kon. 4 : 29, 31 aan een werktuig, waarop men steunt; en in Richt. 5 : 14, 2 Sam. 23 : 21, Jes. 9 : 3, Micha 7 : 14, aan een werktuig om te kloppen, te kastijden, ’t Schijnt echter, dat in depractijk de verschillende woorden door elkander worden gebruikt.

Een staf tot steun bij het gaan, en ter verdediging, Ex. 12 : 11, 21: 19, behoort tot het „gereedschap des mans” in ’t algemeen, Gen. 38 : 18, 1 Sam. 14 : 27, 2 Kon. 4 : 29,31, en in ’t bizonder tot het gereedschap eens herders, 1 Sam. 17 : 40. Vandaar is de staf het zinnebeeld zoowel der heerschappij, Num. 21:18, Jerem. 48 : 17, als der bescherming en der zekere leiding, Ps. 23 : 4, Micha 7 : 14. De staf van Mozes heet, in tegenstelling van de tooverstaven der Egyptische priesters, een staf Gods, Ex. 17: 9, als zinnebeeld der hem van God verleende wondermacht, Ex. 7 : 7 v., 14:16, Num. 20:8 v.

In het Nieuwe Testament, Matth. 10 10, Marc. 6 : 8, Luc. 9 : 3, Hebr. 9 : 4, 11 : 21, Openb. 2 : 27 wordt voor staf hetzelfde wordt gebruikt, dat elders door roede, scepter of stok is overgezet.

’t Verbod, den discipelen gegeven, om een staf meê te nemen, Matth. 10 : 10, Luc. 9 3, schijnt niet overeen te stemmen met Matth. 6:8. Waarschijnlijk echter is bedoeld óf een nieuwe staf, óf niet de gewone staf van den Oosterling, maar de knuppel tot verdediging.