Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 29-12-2019

Septuaginta

betekenis & definitie

Dit is de oudste bestaande Grieksche vertaling van het Oude Testament. Haar naam, het Latijnsche telwoord zeventig (daarom bij wijze van afkorting ook wel weergegeven door de Romeinsche cijfers LXX), dankt zij aan een eigenaardige legende omtrent haar ontstaan.

Op verzoek van den Egyptischen koning Ptolemaeus 11 Philadelphus (285—246 voor Chr.) zouden een aantal Joodsche mannen, zes uit eiken stam, door den hoogepriester Eleazar naar Egypte gezonden, haar op het eiland Pharos in 72 dagen hebben tot stand gebracht. Volgens een latere voorstelling zou dit dan zelfs aldus zijn geschied dat elk van de 72 vertalers op zichzelf en van de overigen onafhankelijk de geheele vertaling had ten einde gebracht, terwijl het resultaat van allen letterlijk geheel hetzelfde was.

Naar deze 72 vertalers, afgerond op het getal 70, heeft dan deze vertaling haar naam verkregen. De waarheid welke in bovengenoemde legende ligt is deze, dat de vertaling inderdaad in Egypte tot stand gekomen schijnt, en dat ze zeker als het werk van onderscheidene personen te beschouwen is.

Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat ze in een korten tijd tot stand is gekomen; vermoedelijk hebben wij haar te beschouwen als het product van een nogal langdurig proces. Immers de verschillende stukken zijn ten zeerste in hoedanigheid verscheiden; bizonder goed is de vertaling van den Pentateuch, die ongetwijfeld ook tot de oudste bestanddeelen behoort; in andere Bijbelboeken is de vertaling veel minder nauwkeurig.

De periode, binnen welke wij het ontstaan der Septuaginta moeten stellen, wordt naar alle waarschijnlijkheid door de twee jaartallen 250 en 130 voor Chr. begrensd; maar het is niet onmogelijk dat het laatste jaartal nog belangrijk hooger moet worden opgevoerd.De Septuaginta onderscheidt zich van den Hebreeuwschen Bijbeltekst hierdoor, dat zij een aantal boeken bevat, welke in het Hebreeuwsche Oude Testament niet voorkomen, terwijl ook in de boeken Esther en Daniël verschillende toevoegsels worden aangetroffen. Dit zijn de zoonaamde Apocriefe boeken, die niet tot den gezaghebbenden Bijbeltekst behooren, al worden ze door de Roomsch-Katholieke kerk in tegenstelling met de kerken der reformatie daartoe wel gerekend.

Ook in de weergave van den aan beide gemeenschappelijken tekst verschilt de Septuaginta zeer dikwijls van het Hebreeuwsche Oude Testament. Deze verschillen zijn niet uitsluitend aan gebrekkige overzetting te wijten; in tal van gevallen is het duidelijk dat aan de Septuaginta een andere Hebreeuwsche tekst heeft ten grondslag gelegen dan wij in onze gedrukte uitgaven en in de nog bestaande Hebreeuwsche handschriften aantreffen. Het is mogelijk dat deze tekst, die in ieder geval veel ouder was dan die van genoemde handschriften, welke eerst uit de 10e eeuw na Christus dagteekenen, in verschillende opzichten den oorspronkelijken tekst juister weergeeft. Met het oog hierop is de Septuaginta voor den arbeid der zoogenaamde „tekstcritiek” (welke geen critïek is op den Bijbel, op Gods Woord, maar slechts door critisch schiften van de overgeleverde afschriften den eigenlijken tekst van Gods Woord zoo nauwkeurig mogelijk poogt na te speuren) van geen geringe beteekenis.

Daar het grootste gedeelte van de eerste Christenen geen Hebreeuwsch, maar wel Grieksch kende, maakte zij voor het Oude Testament van de Septuaginta gebruik. Reeds in het Nieuwe Testament vinden wij vele aanhalingen uit het Oude Testament naar de Septuaginta gedaan {hoewel meermalen ook zelfstandig naar den Hebreeuwschen tekst vertaald wordt). Hiervan was weer het gevolg dat in de oude Christelijke kerk vrij algemeen ook de Apocriefe boeken werden aanvaard. Slechts enkelen, zooals de kerkvader Hieronymus die wel Hebreeuwsch kende, kwamen daartegen op. Een ander gevolg was dat de Joden zelf de waarde van de Septuaginta begonnen te verkleinen: de afwijkingen van den Hebreeuwschen tekst werden door hen als vervalschingen aangeduid, en in de polemiek tusschen Joden en Christenen kwam toen de behoefte op aan andere Grieksche vertalingen, welke nauwkeuriger met den Hebreeuwschen tekst overeenstemden. Zulke vertalingen zijn die van Aquila, Symmachus en Theodotion.