Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gepubliceerd op 08-01-2020

2020-01-08

Koepel

betekenis & definitie

Een overdekking van een ruimte, meest in den vorm van een hollen halven bol. De koepel heeft door alle eeuwen heen veelvuldige toepassing gevonden zoowel in de gewijde als in de ongewijde bouwkunst, maar slechts daar, waar een statige en voorname indruk moet gewekt worden, dus bij tempels, kerken, paleizen en andere gebouwen van bijzondere beteekenis.

Vindt men reeds bij de oude Assyriërs sporen van koepels, zoo kwamen zij tot grootere ontwikkeling bij de Perzen. Een veel hoogere vlucht nam de koepelbouw bij de Romeinen, die hem evenwel alleen toepasten bij ronde gebouwen. Een stoute en bewonderenswaardige constructie is de koepel van het Pantheon te Rome, die een middellijn heeft van ongeveer 43 meter, en die, op gelijke hoogte zwevend boven de geweldige ruimte, een buitengewoon grootschen indruk maakt.

Werden bij de Oud-Christelijke kunst koepels alleen aangewend tot overspanning van doopen grafkapellen, zoo werd de Byzantijnsche stijl geheel beheerscht door het koepelmotief; in deze periode werden alle kerken van eenig belang van koepels voorzien, zelfs trof men op eenzelfde gebouw een hoofdkoepel, omringd en geschraagd door een groep van kleinere koepels aan. Een groote vooruitgang op technisch gebied was het, dat men nu de koepels aanbracht niet alleen boven ronde, maar ook boven vierkante en veelhoekige ruimten, waartoe een geheel nieuw stelsel van constructie moest worden uitgedacht. Als voorbeelden van koepelbouw in dezen stijl mogen dienen de Munsterkerk te Aken, de St. Marcuskerk te Venetië, maar vooral de beroemde Sofiakerk te Constantinopel, welker centrale koepel, die zijn kruin meer dan 56 meter boven den vloer der kerk verheft, aan het inwendige van het gebouw een grootsch en overweldigend karakter verleent.

Bij de Mohammedaansche moskeeën vond de koepel evenzeer een ruime toepassing, terwijl hij in Indië meer decoratief dan constructief werd aangewend.

Wat de Middeleeuwsche kerken aangaat, zoo wordt hij nog op verschillende Romaansche hoofdkerken aangetroffen, b.v. in ons land op de St. Servaes te Maastricht en op de Munsterkerk te Roermond, maar op de Gothische kerken komt hij niet meer voor.

Nog eenmaal zou de koepel zijn hoogste triomfen vieren in Italië, waar in het tijdperk van de Renaissance tal van kerken verrezen, aan welke dit bouwbestanddeel tot grootste sieraad zou strekken, en waar het koepelgewelf zijn hoogste beteekenis zou verwerven. De vermaardste kerk uit dit tijdperk, waaraan dit tot uiting komt, is de St. Pieterskerk te Rome met haar door Michel Angelo gebouwden bijna43 meter wijden en 100 meter hoogen koepel, die in stoutheid van constructie en schoonheid van verhoudingen den evenzeer machtigen koepel van den Dom te Florence, die zich tot ruim 90 meter boven den kerkvloer verheft, achter zich laat.

Buiten Italië komen vooral in aanmerking de geweldige koepel van de St. Paulskerk te Londen en die van de Isaacskerk te St. Petersburg.

In ons land zijn in de XVIIe eeuw eenige koepelkerken op kleine schaal verrezen, waarvan genoemd mogen worden: de ronde Luthersche kerk te Amsterdam, de Oostkerk te Middelburg en de Marekerk te Leiden, die echter, evenmin als de koepels van de XlXe eeuwsche Koepelkerk en van het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, van verre te vergelijken zijn met de zoo even genoemde Italiaansche bouwwerken.

Bij enkele nieuwe kerken van dezen tijd heeft men ook weer het koepelmotief toegepast, o.a. aan de Gereformeerde kerk te Leeuwarden.